Dit artikel gaat over Google Analytics 4-property's. Als u een Universal Analytics-property gebruikt, bekijkt u het gedeelte over Universal Analytics van dit Helpcentrum.

[GA4] Analytics voor een website en/of app instellen

Dit artikel is bedoeld voor iedereen die Analytics wil instellen (met een Google Analytics 4-property) op een nieuwe website of in een nieuwe app. Als u een UA-tracking-ID nodig heeft, leest u dit artikel.
Heeft u meerdere websites en/of apps? Bekijk meer informatie over hoe u uw Analytics-account structureert.

Een Analytics-account maken

De eerste stap is een Analytics-account instellen (tenzij u er al een heeft). Ga direct naar een property maken, tenzij u een afzonderlijk account wilt maken voor deze website en/of app. U kunt bijvoorbeeld een ander account maken als deze website en/of app eigendom is van een afzonderlijk bedrijf.

  1. Klik op de pagina Beheerder in de kolom Account op Account maken.
  2. Geef een accountnaam op. Configureer de instellingen voor gegevens delen om aan te geven welke gegevens u met Google wilt delen.
  3. Klik op Volgende om de eerste property aan het account toe te voegen.

Een Google Analytics 4-property maken

U heeft rechten voor bewerken nodig om property's toe te voegen aan een Google Analytics-account. Als u dit account heeft gemaakt, heeft u automatisch rechten voor bewerken.

Aan een Analytics-account kunnen maximaal 100 property's (elke combinatie van Universal Analytics- en Google Analytics 4-property's) worden toegevoegd. Als u deze limiet wilt verhogen, neemt u contact op met een supportmedewerker.

Zo maakt u een property:

  1. Gaat u verder vanaf 'Een Analytics-account maken' hierboven? Zo ja, ga dan verder met stap 2.  Doe anders het volgende:
    • Ga op de pagina Beheerder naar de kolom Account om te controleren of u het juiste account heeft geselecteerd. Klik vervolgens in de kolom Property op Property maken.
  2. Geef een naam op voor de property (bijv. 'website Mijn Bedrijf, Inc.') en selecteer de tijdzone en valuta voor de rapportage. Als een bezoeker op een dinsdag in zijn of haar tijdzone een bezoekje brengt aan uw website, maar het in uw tijdzone nog maandag is, wordt het bezoek geregistreerd alsof het op maandag heeft plaatsgevonden.
    • Als u een tijdzone kiest waarin zomertijd wordt gebruikt, past Analytics de tijd automatisch aan. Gebruik Greenwich Mean Time als u geen zomertijd wilt instellen.
    • Een wijziging van de tijdzone is uitsluitend van invloed op toekomstige gegevens. Als u de tijdzone voor een bestaande property wijzigt, ziet u wellicht een plateau of een piek in uw gegevens doordat de tijd respectievelijk voorwaarts of achterwaarts verschoven is. In uw rapportgegevens wordt mogelijk gedurende korte tijd nadat u de instellingen heeft geüpdatet, verwezen naar de oude tijdzone totdat de Analytics-servers de wijziging hebben verwerkt.
  3. Klik op Volgende.Selecteer uw branchecategorie en bedrijfsgrootte.
  4. Klik op Maken en accepteer de Servicevoorwaarden van Analytics en het Amendement gegevensverwerking.

Een gegevensstream toevoegen

  1. Gaat u verder vanaf 'Een property maken' hierboven? Zo ja, ga dan verder met stap 2.Doe anders het volgende:
    • Kijk op de pagina Beheerder naar de kolom Account om te controleren of u het gewenste account heeft geselecteerd. Kijk vervolgens in de kolom Property of u de gewenste property heeft geselecteerd.
    • Klik in de kolom Property op Gegevensstreams en vervolgens op Stream toevoegen.
  2. Klik op iOS-app, Android-app of Web.


iOS-app of Android-app

Als u een app-gegevensstream toevoegt, maakt Analytics een bijbehorend Firebase-project en een bijbehorende app-gegevensstream en wordt het Firebase-project automatisch aan uw property gekoppeld als dit nog niet het geval is.

U kunt een property koppelen aan een bestaand Firebase-project, maar u moet dit doen vanuit Firebase (en voor een GA4-property die nog niet aan Firebase is gekoppeld). Meer informatie
  1. Geef de iOS-bundel-ID of de naam van het Android-pakket, de app-naam en (voor iOS) de App Store-ID op. Klik vervolgens op Applicatie registreren.
  2. Klik op Volgende en volg de instructies om het configuratiebestand voor uw app te downloaden.
  3. Klik op Volgende en volg de instructies om de Firebase-SDK aan uw app toe te voegen.
  4. Klik op Volgende.
  5. Voer uw app uit om de installatie van de SDK te verifiëren en om te controleren of de app met de Google-servers communiceert.
  6. Klik op Finish (Voltooien). (U kunt ook op Deze stap overslaan klikken als u de app op een later moment wilt instellen.)
Web
  1. Geef de URL van uw primaire website op, bijvoorbeeld 'example.com' en een naam voor de stream, bijvoorbeeld 'Example Inc. (webstream)'.
  2. U kunt Verbeterde meting aan- of uitzetten. Met 'Verbeterde meting' worden er automatisch paginaweergaven en andere gebeurtenissen verzameld. Nadat de gegevensstream is gemaakt, kunt u altijd teruggaan en de gebeurtenissen voor verbeterde meting die u niet wilt verzamelen, afzonderlijk uitzetten. We raden u aan om 'Verbeterde meting' nu aan te zetten.
  3. Klik op Stream maken.

Gegevensverzameling instellen (voor websites)

U moet de Analytics-tag aan uw webpagina's toevoegen om gegevens in uw nieuwe Google Analytics 4-property te kunnen bekijken.

De tag toevoegen aan een websitebouwer of een op een CMS gehoste website (bijvoorbeeld WordPress, Shopify, enzovoort)

Drupal of WooCommerce

Als u Drupal of WooCommerce gebruikt, zoekt u de G-ID en plakt u deze in het Google Analytics-veld van uw CMS:

  1. Klik op Beheerder.
  2. Controleer in de kolom Property of u uw nieuwe Google Analytics 4-property heeft geselecteerd. Klik dan op Gegevensstreams en daarna op Web. Klik op de gegevensstream.
    Ziet u geen optie Gegevensstreams in de kolom Property? Dan bekijkt u een Universal Analytics-property in plaats van de zojuist gemaakte GA4-property. Gebruik de propertykiezer of de pagina Beheerder om naar uw nieuwe GA4-property te navigeren.
  3. De G-ID staat rechtsboven. Geef de G-ID op in het veld van uw CMS. (Bekijk hier instructies voor WooCommerce.)

Alle andere websitebouwers

Als u een andere CMS of websitebouwer gebruikt, moet u de hele algemene sitetag in uw website plakken via de aangepaste HTML-functie van uw CMS. Zoek eerst uw algemene sitetag:

  1. Klik op Beheerder.
  2. Controleer in de kolom Property of u uw nieuwe Google Analytics 4-property heeft geselecteerd. Klik dan op Gegevensstreams en daarna op Web. Klik op de gegevensstream.
    Ziet u geen optie Gegevensstreams in de kolom Property? Dan bekijkt u een Universal Analytics-property in plaats van de zojuist gemaakte GA4-property. Gebruik de propertykiezer of de pagina Beheerder om naar uw nieuwe GA4-property te navigeren.
  3. Klik onder 'Instructies voor het gebruik van tags' op Nieuwe tag op pagina toevoegen en zoek naar Algemene sitetag (gtag.js). Uw Analytics-paginatag is het volledige codefragment dat begint met:
    <!-- Algemene sitetag (gtag.js) - Google Analytics -->
    en eindigt met
    </script>

Kopieer en plak de hele Google Analytics-paginatag in uw website met de aangepaste HTML-functie van uw CMS.

  • Awesome Motive: Neem contact op met Awesome Motive-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Instructies voor Blogger
  • Cart.com: Neem contact op met Cart.com-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Drupal: Neem contact op met Drupal-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Instructies voor Duda
  • Instructies voor GoDaddy
  • Instructies voor Hubspot
  • Instructies voor Magento
  • One.com: Neem contact op met One.com-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • PrestaShop: Neem contact op met PrestaShop-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Salesforce (Demandware): Neem contact op met Salesforce-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Instructies voor Shopify
  • Site Kit (plug-in voor Wordpress): Neem contact op met Site Kit-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Instructies voor Squarespace
    Squarespace biedt alleen een aangepaste HTML-functie aan voor gebruikers met een 'Business and Commerce'-abonnement.
  • TYPO3: Neem contact op met TYPO3-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • VTEX: Neem contact op met VTEX-support voor instructies over hoe u aangepaste HTML kunt toevoegen aan uw site.
  • Instructies voor Weebly
  • Instructies voor Wix
  • Instructies voor WooCommerce
  • Instructies voor WordPress.com

Het kan tot 30 minuten duren voordat de gegevensverzameling start. U kunt vervolgens het Realtime-rapport gebruiken om te controleren of u gegevens binnenkrijgt.

De algemene sitetag rechtstreeks aan uw webpagina's toevoegen

U moet toegang hebben tot de HTML van uw webpagina's. Vraag uw webontwikkelaar deze stappen uit te voeren als u dat niet zelf kunt doen.

  1. Klik op Beheerder.
  2. Controleer in de kolom Property of u uw nieuwe Google Analytics 4-property heeft geselecteerd. Klik dan op Gegevensstreams en daarna op Web. Klik op de gegevensstream.
  3. Klik onder 'Instructies voor het gebruik van tags' op Nieuwe tag op pagina toevoegen en zoek naar Algemene sitetag (gtag.js). Uw Analytics-paginatag is het volledige codefragment dat begint met:
    <!-- Algemene sitetag (gtag.js) - Google Analytics -->
    en eindigt met
    </script>
  4. Kopieer en plak de volledige Analytics-paginatag direct na de <head> op elke pagina van uw website.

Het kan tot 30 minuten duren voordat de gegevensverzameling start. U kunt vervolgens het Realtime-rapport gebruiken om te controleren of u gegevens binnenkrijgt.

Ziet u geen optie Gegevensstreams in de kolom Property? Dan bevindt u zich in een Universal Analytics-property in plaats van de zojuist gemaakte GA4-property. Gebruik de propertykiezer of de pagina Beheerder om naar uw nieuwe GA4-property te navigeren.
Uw tag toevoegen met Google Tag Manager

Maak in Google Tag Manager een tag van het type Google Analytics: GA4-configuratie:

  1. Klik op Tags en dan Nieuw.
  2. Klik op Tagconfiguratie.
  3. Selecteer Google Analytics: GA4-configuratie.
  4. Geef de metings-ID op.
  5. Optioneel: Voeg in Velden die moeten worden ingesteld parameters toe die u wilt instellen. Gebruik Aanbevolen namen voor gebeurtenisparameters voor de beste resultaten.
  6. Optioneel: Voeg in Gebruikersproperty's aangepaste gebruikersproperty's toe die u wilt instellen. Opmerking: Analytics registreert automatisch sommige gebruikersproperty's. U kunt maximaal 25 extra gebruikersproperty's per Google Analytics 4-property instellen.
  7. Optioneel: Gebruik Geavanceerde instellingen om een prioriteit voor tagactivering in te stellen of gebruik Tagreeksen om ervoor te zorgen dat de configuratietag wordt geactiveerd vóór andere gebeurtenistags waarvoor dat vereist is.
  8. Klik op Triggers en selecteer de juiste triggers waardoor de tag wordt geactiveerd, bijvoorbeeld Alle pagina's, zodat de configuratietag op alle pagina's van uw website wordt geactiveerd.
  9. Sla de tagconfiguratie op en publiceer de container.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?
Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu
Zoeken in het Helpcentrum
true
69256
false