Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu

Remarketing en rapportagefuncties voor advertenties inschakelen in Analytics

In dit artikel vindt u informatie over het volgende:

Vereisten

Als u wilt profiteren van de functies 'Remarketing met Analytics' en 'Remarketinglijsten voor zoekadvertenties met Analytics', moet u:

 

Limieten

U kunt maximaal 2000 remarketingdoelgroepen per Analytics-account maken.

De dimensie Marktsegmenten is niet beschikbaar voor remarketingdoelgroepen.

De statistiek Dagen sinds laatste bezoek is niet beschikbaar voor remarketingdoelgroepen.

 

Remarketing en rapportagefuncties voor advertenties inschakelen voor een webproperty

Wanneer u remarketing inschakelt voor een webproperty, maakt u remarketingdoelgroepen van uw Analytics-gegevens en deelt u deze doelgroepen met uw gelinkte advertentieaccounts (momenteel zijn dat AdWords en DoubleClick Bid Manager).

Wanneer u advertentierapportage voor een webproperty inschakelt, verzamelt Analytics de gebruikelijke gegevens, evenals advertentiecookies van Google wanneer die aanwezig zijn.

U kunt remarketing en rapportagefuncties voor advertenties voor een webproperty op de volgende manieren inschakelen:

Uw property-instellingen wijzigen

Deze methode is uitsluitend van toepassing op webproperty's.

Uw property-instellingen wijzigen is ook de enige manier waarop u de Analytics-tag kunt gebruiken om remarketinglijsten voor zoekadvertenties te maken.

Als u uw property-instellingen zodanig wijzigt dat remarketing en/of 'Gegevensverzameling voor advertentiefuncties' worden ondersteund, wordt dit type gegevensverzameling gebruikt voor verkeer naar al uw pagina's. Als u deze functies slechts voor gedeelten van uw site wilt implementeren, dient u de trackingcode van elke relevante pagina te wijzigen en deze property-instellingen uitgeschakeld te laten.

Uw property-instellingen updaten:

  1. Log in op uw Analytics-account.
  2. Selecteer het tabblad Beheerder en navigeer naar het account en de property waarvoor u deze functies wilt inschakelen.
  3. Klik in de kolom Property op Trackinginfo en klik vervolgens op Gegevensverzameling.
  4. Onder Gegevens verzamelen voor advertentiefuncties stelt u het volgende in:
    • Als u remarketing wilt inschakelen, stelt u Remarketing en Rapportagefuncties voor advertenties in op AAN.
    • Als u alleen de Rapportagefuncties voor advertenties wilt inschakelen, stelt u alleen Rapportagefuncties voor advertenties in op AAN.

Als u 'Remarketing (alleen weergave)' en de rapportagefuncties voor advertenties al eerder heeft ingeschakeld door uw trackingcode te updaten, kunt u deze property-instellingen nog steeds zonder problemen implementeren.

Houd er rekening mee dat deze methode alleen werkt voor inschakeling van deze functies wanneer deze gerelateerd zijn aan uw websitegebruikers. Als u deze functies wilt inschakelen wanneer ze aan de gebruikers van uw app zijn gerelateerd, dient u de trackingcode van uw app te updaten aan de hand van de methoden die worden beschreven voor Android en iOS.

Als u geen gegevens wilt verzamelen voor advertentiefuncties, zorgt u dat deze beide opties zijn ingesteld op UIT en dat uw trackingcode niet is geconfigureerd voor de verzameling van deze gegevens.

 

Alternatief: Uw trackingcode aanpassen

De voorkeursmethode voor de inschakeling van remarketing en rapportagefuncties voor advertenties is een aanpassing van uw property-instellingen zoals hierboven is beschreven. U kunt deze functies echter ook inschakelen door uw trackingcode aan te passen.

Als u remarketinglijsten voor zoekadvertenties wilt inschakelen, moet u de property-instellingen volgen zoals hierboven beschreven.

Als u ervoor kiest display-remarketing en rapportagefuncties voor advertenties in te schakelen door uw trackingcode te updaten, hoeft u alleen maar een eenvoudige wijziging in één regel van uw code aan te brengen, zoals in de volgende secties wordt beschreven. Deze wijziging heeft geen invloed op aanpassingen die u eerder in uw code heeft doorgevoerd.

Als u rapportagefuncties voor advertenties handmatig wilt uitschakelen, kunt u de trackingcode wijzigen op de manier die wordt beschreven in de relevante secties hieronder.

Als u deze functies wilt inschakelen voor Universal Analytics, voegt u de vetgedrukte regel toe aan uw bestaande trackingcode, tussen de opdrachten 'create' en 'send', zoals in dit voorbeeld:

<script>
(function(i,s,o,g,r,a,m){i['GoogleAnalyticsObject']=r;i[r]=i[r]||function(){
(i[r].q=i[r].q||[]).push(arguments)},i[r].l=1*new Date();a=s.createElement(o),
m=s.getElementsByTagName(o)[0];a.async=1;a.src=g;m.parentNode.insertBefore(a,m)
})(window,document,'script','//www.google-analytics.com/analytics.js','ga');
ga('create', 'UA-XXXXXX-XX', 'example.com');

ga('require', 'displayfeatures');
ga('send', 'pageview');
</script>
Als u de wijziging ongedaan wilt maken, verwijdert u de regel ga('require', 'displayfeatures');

Als u wilt dat de property-instellingen voorrang krijgen op rapportagefuncties voor advertenties, voegt u
ga('set', 'displayFeaturesTask', null);
toe achter de opdracht create en voordat de hit wordt verzonden.

Als u Google Tag Manager gebruikt, volgt u deze instructies om de Google Analytics-tag te bewerken.

Als u de ga.js-trackingcode nog steeds gebruikt, kunt u instructies voor het aanpassen van deze code hier vinden.

 

Alternatief: De optie om bestaande trackingcode te gebruiken selecteren wanneer u een AdWords-remarketingcampagne maakt

Wanneer u een remarketingcampagne in AdWords maakt, kunt u, als uw account is gelinkt aan een Analytics-account, de trackingcode gebruiken die al op uw website staat. U hoeft dan geen remarketingtag te laten genereren door AdWords. Als u deze optie gebruikt, wordt remarketing automatisch ingeschakeld in Analytics. Meer informatie over hoe u remarketingcampagnes in AdWords maakt.

 

Remarketing en rapportagefuncties voor advertenties inschakelen voor een app

Wanneer u deze functies voor een app inschakelt, verzamelt Analytics de gebruikelijke gegevens, evenals gegevens die zijn gekoppeld aan mobiele advertentie-ID's.

Als u deze functies voor een app wilt inschakelen, moet u de Analytics-trackingcode wijzigen die u in de code van uw app heeft opgenomen. In de voorbeelden hieronder wordt uitgelegd hoe u de trackingcode voor Android- en iOS-apps wijzigt.

App-trackingcode wijzigen voor Android

Als u deze functies voor Android wilt inschakelen, wijzigt u uw Analytics-trackingcode zodat de advertentie-ID wordt verzameld. Roep de methode enableAdvertisingIdCollection aan voor de tracker waarvoor u deze functies wilt inschakelen. Bijvoorbeeld:

// Tracker ophalen.
Tracker t = ((AnalyticsSampleApp) getActivity().getApplication()).getTracker(
TrackerName.APP_TRACKER);

// Display-functies inschakelen.
t.enableAdvertisingIdCollection(true);

Meer informatie over het ondersteunen van display-advertenties voor Android

App-trackingcode wijzigen voor iOS

Als u deze functies voor iOS wilt inschakelen, verzamelt u de IDFA (identifier for advertising, ID voor adverteren). Als u IDFA-verzameling wilt inschakelen, linkt u de bibliotheken libAdIdAccess.a en AdSupport.framework aan uw app en stelt u allowIDFACollection in op YES op elke tracker die de IDFA verzamelt. Bijvoorbeeld:

// Gaat ervan uit dat er al een tracker is geïnitialiseerd met een property-ID, anders retourneert
// getDefaultTracker nil.
id tracker = [[GAI sharedInstance] defaultTracker];

// IDFA-verzameling inschakelen.
tracker.allowIDFACollection = YES;

Als u Google Tag Manager gebruikt, volgt u deze instructies om de Google Analytics-tag te bewerken.

 

Gerelateerde bronnen

Was dit artikel nuttig?