Cross-domein tracking instellen (analytics.js)

Met cross-domein tracking kunnen sessies op twee gerelateerde sites (zoals een e-commercesite en een afzonderlijke site voor uw winkelwagentje) door Google Analytics als één sessie worden beschouwd. Dit wordt ook wel site koppelen genoemd.

Om cross-domein tracking in te stellen, mogen HTML en JavaScript geen geheimen voor u hebben of moet u hulp kunnen inroepen van een ervaren webontwikkelaar.

Meer informatie over het instellen van uw basistrackingcode.

In dit artikel:

Overzicht van cross-domein tracking

Bij elke hit haalt Google Analytics een client-ID op om sessies te kunnen bijhouden. Client-ID-waarden worden in cookies opgeslagen. Cookies worden per domein opgeslagen. Websites op het ene domein hebben geen toegang tot cookies die zijn ingesteld voor een ander domein. Bij het volgen van sessies over meerdere domeinen, moet de client-ID-waarde worden overgedragen van het ene domein naar het andere. De Analytics-trackingcode bevat functies waarmee het brondomein de client-ID in de URL-parameters van een voor het bestemmingsdomein toegankelijke link kan plaatsen.

Cross-domein tracking instellen met Google Tag Manager

Als u Google Tag Manager gebruikt om tracking met Google Analytics te beheren, volgt u de instructies in Cross-domein tracking.

Cross-domein tracking instellen door aanpassing van de trackingcode

Als u voor meerdere hoofddomeinen cross-domein tracking wilt instellen, moet u voor elk domein de Analytics-trackingcode aanpassen. Voor het instellen van cross-domein tracking moet u vertrouwd zijn met HTML en JavaScript. U kunt deze functie ook laten instellen door een ontwikkelaar. In de voorbeelden in dit artikel wordt het Universal Analytics-trackingcodefragment (analytics.js) gebruikt.

  1. Stel in uw Analytics-account een property in.
    Voor cross-domein tracking stelt u één property in in uw Analytics-account. Gebruik voor al uw domeinen hetzelfde trackingcodefragment en dezelfde tracking-ID als in die property.

    Cross-domein tracking werkt alleen als u het trackingcodefragment bewerkt. Als u het fragment nog niet op al uw webpagina's heeft geplaatst, kunt u dit het beste kopiëren en in een tekstbestand plakken voordat u verdergaat met deze instructies. U hoeft de wijzigingen dan maar één keer aan te brengen, waarna u het gewijzigde codefragment op al uw webpagina's plaatst.

  2. Bewerk de trackingcode voor het primaire domein.
    Zoek in het codefragment naar de regel create. Voor een website met de naam example-1.com ziet deze er als volgt uit:

     

      ga('create', 'UA-XXXXXXX-Y', 'example-1.com');

    Breng de volgende wijzigingen aan in het fragment (de door te voeren wijzigingen zijn aangegeven met vetgedrukte rode tekst):

      ga('create', 'UA-XXXXXXX-Y', 'auto', {'allowLinker': true});
      ga('require', 'linker');
      ga('linker:autoLink', ['example-2.com'] );

    Vergeet niet de tracking-ID uit het voorbeeld (UA-XXXXXX-Y) te vervangen door uw eigen tracking-ID, en het secundaire domein uit het voorbeeld (example-2.com) te vervangen door de naam van uw eigen secundaire domein.



    Alle exemplaren van het trackingcodefragment in uw primaire domein moeten op deze manier worden gewijzigd.

     

    Voor drie of meer domeinen

    Volg het bovenstaande voorbeeld, maar voeg de andere domeinen toe aan de autoLink-plug-in. Zelfs de extra komma is hier belangrijk:

    ga('linker:autoLink', ['example-2.com', 'example-3.com'] );
    Een voorbeeld bekijken van het volledige codefragment

    Het trackingcodefragment op uw primaire domein hoort er als volgt uit te zien:

    <script>

    (function(i,s,o,g,r,a,m){i['GoogleAnalyticsObject']=r;i[r]=i[r]||function(){ (i[r].q=i[r].q||[]).push(arguments)},i[r].l=1*new Date();a=s.createElement(o), m=s.getElementsByTagName(o)[0];a.async=1;a.src=g;m.parentNode.insertBefore(a,m) })(window,document,'script','//www.google-analytics.com/analytics.js','ga');

    ga('create', 'UA-XXXXXXX-Y', 'auto', {'allowLinker': true});
    ga('require', 'linker');
    ga('linker:autoLink', ['example-2.com'] );

    ga('send', 'pageview');

    </script>
  3. Bewerk de trackingcode voor het secundaire domein.

    Zoek in het codefragment naar de regel create. Breng de volgende wijzigingen aan in het fragment (de door te voeren wijzigingen zijn aangegeven met vetgedrukte rode tekst):

      ga('create', 'UA-XXXXXXX-Y', 'auto', {'allowLinker': true});
      ga('require', 'linker');
      ga('linker:autoLink', ['example-1.com'] );

    Vergeet niet de tracking-ID uit het voorbeeld (UA-XXXXXX-Y) te vervangen door uw eigen tracking-ID, en het primaire domein uit het voorbeeld (example-1.com) te vervangen door de naam van uw eigen primaire domein.

    Alle exemplaren van het trackingcodefragment in uw secundaire domein moeten op deze manier worden gewijzigd.

    Voor drie of meer domeinen

    Volg het bovenstaande voorbeeld, maar voeg de andere domeinen toe aan de autoLink-plug-in. Zelfs de extra komma is hier belangrijk:

    ga('linker:autoLink', ['example-1.com', 'example-3.com'] );
    Een voorbeeld bekijken van het volledige codefragment

    Het trackingcodefragment op elk van uw secundaire domeinen hoort er als volgt uit te zien:

    <script>

    (function(i,s,o,g,r,a,m){i['GoogleAnalyticsObject']=r;i[r]=i[r]||function(){ (i[r].q=i[r].q||[]).push(arguments)},i[r].l=1*new Date();a=s.createElement(o), m=s.getElementsByTagName(o)[0];a.async=1;a.src=g;m.parentNode.insertBefore(a,m) })(window,document,'script','//www.google-analytics.com/analytics.js','ga');

    ga('create', 'UA-XXXXXXX-Y', 'auto', {'allowLinker': true});
    ga('require', 'linker');
    ga('linker:autoLink', ['example-1.com'] );

    ga('send', 'pageview');

    </script>

Rapportageweergaven instellen en filters toevoegen

Analytics voegt standaard alleen het paginapad en de paginanaam toe, zonder de domeinnaam. Uw pagina's kunnen in het rapport Site-inhoud bijvoorbeeld als volgt worden weergegeven:

  • /about/contactUs.html
  • /about/contactUs.html
  • /products/buy.html

Omdat de domeinnamen niet worden vermeld, is het moeilijk te bepalen bij welk domein de pagina's horen.

Als u de domeinnamen wilt weergeven in uw rapporten, moet u twee dingen doen: een kopie maken van uw dataweergave voor rapportage die gegevens bevat uit al uw domeinen, en een geavanceerd filter toevoegen aan de nieuwe dataweergave. Via het filter kunt u instellen dat Analytics domeinnamen weergeeft in uw rapporten.

Volg dit voorbeeld om een weergavefilter in te stellen dat domeinnamen in uw rapporten weergeeft wanneer u cross-domein tracking heeft ingesteld. Voor bepaalde velden moet u een item in het dropdownmenu selecteren. Voor andere velden moet u hier de tekens invoeren:

  • Filtertype: Aangepast filter > Geavanceerd
  • Veld A --> A extraheren: Hostnaam = (.*)
  • Veld B --> B extraheren: Aanvraag-URI = (.*)
  • Uitvoeren naar --> Samenstellen: Aanvraag-URI = $A1$B1

Klik op Opslaan om het filter te maken.

Met Google Tag Assistant Recordings kunt u controleren of de filters naar verwachting werken. Tag Assistant Recordings kan precies laten zien hoe uw filters uw verkeer wijzigen.

Domeinen toevoegen aan de lijst met verwijzingsuitsluitingen

Wanneer het traject van een gebruiker van uw eerste domein naar uw tweede domein loopt, gaat Analytics ervan uit dat de gebruiker vanaf uw eerste domein is doorverwezen naar uw tweede domein en maakt Analytics een nieuwe sessie. Als u voor meerdere domeinen één sessie wilt bijhouden, kunt u uw domeinen toevoegen aan de lijst met verwijzingsuitsluitingen.

Controleren of cross-domein tracking werkt

De beste manier om te controleren of cross-domein tracking correct is ingesteld, is met behulp van Google Tag Assistant Recordings. Wanneer u een sessie maakt die meerdere domeinen beslaat, kan deze tool u meteen vertellen of het werkt of niet.

Hier vindt u een voorbeeld van een Tag Assistant Recordings-rapport waarin u kunt zien hoe het eruitziet wanneer cross-domein tracking niet correct is ingesteld.

Gerelateerde bronnen

analytics.js

gtag.js

 

Was dit artikel nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?