Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu

Naamservers

Als u de naamservers voor uw domein wilt zien, doet u het volgende:

  1. Klik in de navigatiebalk op Mijn domeinen en klik daarna op de domeinnaam.
  2. Klik op het tabblad DNS .
  3. Scrol omlaag naar het gedeelte Naamservers om een lijst met de naamservers voor uw domein te bekijken.

Als u wilt overschakelen naar aangepaste naamservers, doet u het volgende:

U moet minstens twee naamservers gebruiken; Google raadt aan om er minstens vier te gebruiken. Controleer bij uw DNS-provider hoeveel naamservers u tot uw beschikking heeft en wat de namen ervan zijn.

  1. Onder Naamservers selecteert u Aangepaste naamservers gebruiken.
  2. Voer in het veld Naamserver een aangepaste naamserver in.
  3. Klik op de knop + om er nog een toe te voegen.
  4. Klik op Opslaan om uw naamserver op te slaan.
  5. Stel nieuwe bronrecords in met uw DNS-provider. (De bronrecords van Google Domains werken alleen met de naamservers van Google Domains.)

     


Naamservers van Google Domains herstellen

U herstelt de standaardnaamservers van Google Domains als volgt:

  1. Klik op de knop Standaardnaamservers herstellen.

Opmerking: Wanneer u overschakelt naar aangepaste naamservers, wordt bovenaan de pagina een waarschuwing weergegeven. U kunt ook klikken op de knop Standaardwaarden herstellen in de waarschuwing om de naamservers van Google Domains te herstellen.

Meer hulp...

DNSSEC-beveiliging voor uw domein instellen

Domain Name System Security Extensions (DNSSEC) beschermen uw domein tegen aanvallen, zoals 'DNS cache poison'-aanvallen en 'DNS spoofing'. 

DNSSEC gebruiken met aangepaste naamservers

Als u een externe DNS-provider heeft gebruikt om DNSSEC te configureren voor uw domein, moet u DNSSEC ook activeren in Google Domains. Nadat u DNSSEC heeft ingesteld met uw DNS-provider, bevat uw configuratie een of meer DNSKEY-records voor elk domein of subdomein dat u wilt beveiligen. Voor elke DNSKEY-record maakt u minstens één DS-record in Google Domains om uw DNSSEC-instelling te voltooien.

    

Zorg dat u de volgende waarden van uw DNS-provider verkrijgt en voer deze in:

  • Keytag – Een korte tag die verwijst naar een bestaande DNSKEY-record. Dit is een numerieke waarde tussen 0 en 65535.
  • Algoritme – Het versleutelingsalgoritme dat de beveiligingssleutel in de DNSKEY-record heeft gemaakt. Is meestal gekoppeld aan een hash-functie, zoals in RSA/SHA1.
  • Digest-type – Het algoritme dat wordt gebruikt om de digest van de DNSKEY-record te maken. Wordt ook 'digest-algoritme', 'digest-hash' of 'digest-hashfunctie' genoemd.
  • Digest – Een gehashte waarde van de DNSKEY-record die een unieke ID van de record is, maar de waarde van de sleutel niet bekendmaakt. Afhankelijk van het digest-type is de lengte:
    • SHA1: 40 hexadecimale cijfers
    • SHA256: 64 hexadecimale cijfers
    • SHA384: 96 hexadecimale cijfers
Over naamservers

Naamservers identificeren de locatie van uw domein op internet. Google Domains wijst automatisch vier naamservers toe aan uw domein. U kunt eventueel ook maximaal twaalf aangepaste naamservers toevoegen. Gebruik de verschillende naamservers niet door elkaar: gebruik ofwel de naamservers van Google Domains ofwel de aangepaste naamservers.

Naamservers van Google Domains gebruiken

Als u de naamservers van Google Domains gebruikt, hoeft u niets te 'doen'. Google Domains beheert de naamservers en de NS-bronrecords voor u. Wanneer u de naamservers van Google Domains gebruikt, kunt u maximaal 100 bronrecords toevoegen aan uw domein (zie Bronrecords voor meer informatie).

Aangepaste naamservers gebruiken

Als u aangepaste naamservers gebruikt, worden deze beheerd door uw DNS-provider (niet Google Domains). Als u bronrecords wilt maken, doet u dat met uw DNS-provider. De bronrecords van Google Domains werken niet met aangepaste naamservers.

Opmerking: Als u naamservers van een ander Google-product gebruikt (niet Google Domains), bijvoorbeeld van Google Cloud DNS, selecteert u aangepaste naamservers in Google Domains.

Over NS-bronrecords (naamserver)

Houd rekening met de volgende aspecten van NS-bronrecords:

  • NS-bronrecords die uw hoofddomein identificeren (@ of example.com): U maakt deze records niet en ze worden ook niet weergegeven onder het gedeelte 'Aangepaste bronrecords' op het tabblad DNS. Ze worden namelijk voor u beheerd door Google Domains als u de Google-naamservers gebruikt of door uw DNS-provider als u aangepaste naamservers gebruikt. Alleen de naamserver-ID (ns-zdns-dev-1.prod.google.com) wordt weergegeven onder het gedeelte Naamservers op het tabblad DNS. U kunt wel de ID wijzigen (overschakelen van Google-naamservers naar aangepaste naamservers), maar niet de NS-records zelf.
  • NS-bronrecords die uw subdomeinen identificeren (info.example.com, support.example.com): U maakt deze records door het type NS te selecteren onder het gedeelte 'Aangepaste bronrecords' op het tabblad DNS.
Was dit artikel nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?