[GA4] Identiteit voor rapportage

Ontdek hoe Google Analytics gebruikers meet op verschillende apparaten en platforms.

Een individuele klant heeft vaak via verschillende apparaten en platforms interactie met uw bedrijf. Iemand kan bijvoorbeeld bij het ontbijt uw producten bekijken op een Pixel-tablet, meer onderzoek doen via een browser op zijn werkcomputer tijdens de lunch en na het avondeten een aankoop doen op zijn iPhone. Elk van deze activiteiten is een afzonderlijke sessie, maar Google Analytics 4 kan 4 verschillende methoden gebruiken om ze samen te voegen tot één gebruikerstraject op verschillende apparaten:

  • Gebruikers-ID
  • Google-signalen
  • Apparaat-ID
  • Modellering

Analytics maakt één gebruikerstraject op basis van alle gegevens die aan dezelfde identiteit zijn gekoppeld. Omdat deze identiteitsruimtes worden gebruikt in alle rapporten, kunt u duplicaten van gebruikers wegfilteren en krijgt u een totaalbeeld van hun relatie met uw bedrijf.

Identiteitsruimtes

De bovenstaande ID's worden identiteitsruimtes genoemd. De identiteitsruimtes die door uw Analytics-property worden gebruikt, worden de identiteit voor rapportage genoemd.

Gebruikers-ID

Als u uw eigen permanente ID's maakt voor ingelogde gebruikers, kunt u deze ID's gebruiken om gebruikersreizen te meten op verschillende apparaten. Als u deze identiteitsruimte wilt gebruiken, moet u consequent ID's aan gebruikers toewijzen en deze ID's toevoegen aan de gegevens die u naar Analytics stuurt. De gebruikers-ID is de meest nauwkeurige identiteitsruimte, omdat de gegevens die u verzamelt, worden gebruikt om vast te stellen wie uw gebruikers zijn.

Meer informatie over de implementatie van de gebruikers-ID

Google-signalen

Google-signalen werkt met de gegevens van gebruikers die al bij Google zijn ingelogd. Als er gegevens beschikbaar zijn voor Google-signalen koppelt Analytics de verzamelde gebeurtenisgegevens van gebruikers aan de Google-accounts van ingelogde gebruikers die toestemming hebben gegeven om deze gegevens te delen.

Bekijk meer informatie over hoe u Google-signalen activeert.

Apparaat-ID

Analytics kan ook apparaat-ID's gebruiken als identiteitsruimte. Op websites is de waarde van apparaat-ID afkomstig uit de client-ID. In apps is de apparaat-ID de app-instantie-ID.

Modellering

Wanneer gebruikers Analytics-ID's zoals cookies weigeren, zijn er geen gedragsgegevens voor die gebruikers beschikbaar. Analytics vult dit hiaat door de gegevens van vergelijkbare gebruikers die cookies van dezelfde property accepteren te gebruiken om het gedrag te modelleren van de gebruikers die cookies weigeren. Meer informatie

Hoe Analytics de identiteit voor rapportage bepaalt

Analytics bepaalt uw identiteit voor rapportage op basis van de identiteitsruimtes die u verzamelt en welke u beschikbaar maakt via de volgende opties.

Opties voor de identiteit voor rapportage

  • Gemengd: op basis van gebruikers-ID, Google-signalen, apparaat-ID en daarna modellering. Gebruikt de gebruikers-ID als deze wordt verzameld. Als er geen gebruikers-ID wordt verzameld, gebruikt Analytics informatie uit Google-signalen, als die beschikbaar zijn. Als er geen gebruikers-ID of Google-signalen beschikbaar zijn, gebruikt Analytics de apparaat-ID. Als er geen ID beschikbaar is, gebruikt Analytics modellering.
  • Geobserveerd: op basis van gebruikers-ID, Google-signalen en daarna apparaat-ID. Gebruikt de gebruikers-ID als deze wordt verzameld. Als er geen gebruikers-ID wordt verzameld, gebruikt Analytics informatie uit Google-signalen, als die beschikbaar zijn. Als er geen gebruikers-ID of Google-signalen beschikbaar zijn, gebruikt Analytics de apparaat-ID.
  • Apparaatgebaseerd: gebruikt alleen de apparaat-ID en negeert alle andere ID's die worden verzameld.

U haalt het meeste uit de eerste 2 opties als u Google-signalen activeert en gebruikers-ID's verzamelt. Daarnaast moet er voor uw property voldoende activiteit zijn van ingelogde gebruikers om hun identiteit voldoende te kunnen anonimiseren. Als u Google-signalen activeert, verzamelt Analytics demografische en interessegegevens als deze beschikbaar zijn. Hierdoor gelden er drempelwaarden voor gegevens voor uw rapporten.

Opmerking: De optie die u kiest, is niet van invloed op de verzameling of verwerking van gegevens. U kunt op elk gewenst moment tussen de opties schakelen zonder dat dit een permanent effect op de gegevens heeft.

De identiteit voor rapportage instellen voor uw property

  1. Log in bij Google Analytics.
  2. Klik op Beheerder en ga naar de property die u wilt bewerken.
  3. Klik in de kolom Property op Identiteit voor rapportage.
  4. Selecteer de identiteit voor rapportage die u wilt gebruiken.
  5. Klik op Opslaan.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?
false
Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoekfunctie sluiten
Google-apps
Hoofdmenu
Zoeken in het Helpcentrum
true
69256
false
false