Over triggers

Tags worden geactiveerd als reactie op gebeurtenissen. In Google Tag Manager kan een trigger die is ingesteld voor uw webpagina of mobiele app reageren op bepaalde typen gebeurtenissen, zoals het verzenden van formulieren, klikken op een knop of paginaweergaven. De trigger zorgt ervoor dat de tag wordt geactiveerd wanneer de aangegeven gebeurtenis wordt gedetecteerd. Elke tag moet minimaal één trigger bevatten om te worden geactiveerd.

Triggers worden geëvalueerd wanneer code in de pagina of app wordt uitgevoerd. De bijbehorende tags worden geactiveerd of geblokkeerd wanneer aan de triggervoorwaarden wordt voldaan.

Een nieuwe trigger maken

Een nieuwe trigger maakt u als volgt:

  1. Klik op Tags en dan Nieuw.
  2. Klik op Triggerconfiguratie.
  3. Selecteer het type trigger dat u wilt maken.
  4. Voltooi de instelling voor het geselecteerde triggertype.

Een trigger maken op basis van een tagdefinitie

Tijdens de configuratie van de tag kunt u een nieuwe trigger maken. Vanuit elke tagconfiguratie-pagina:

  1. Klik op Triggers.
  2. Klik op Toevoegen Toevoegen.
  3. Klik op Triggerconfiguratie.
  4. Selecteer het type trigger dat u wilt maken.
  5. Voltooi de instelling voor het geselecteerde triggertype.

Een trigger bewerken

Een bestaande trigger bewerkt u als volgt:

  1. Klik op Triggers.
  2. Klik op de naam van de trigger die u wilt bewerken.
  3. Klik op Triggerconfiguratie om de trigger te bewerken.
  4. Klik op Meer Meer acties om te kopiëren, verwijderen of wijzigingen weer te geven of om notities weer te geven voor de geselecteerde trigger.

Triggerfilters

Nieuwe triggers worden standaard geactiveerd voor alle gebeurtenissen voor het bijbehorende gebeurtenistype. Met triggerfilters kunt u nader specificeren wanneer een trigger wordt geactiveerd. Als u een filter wilt inschakelen, zoekt u onder aan een triggerconfiguratiepagina naar 'Deze trigger wordt geactiveerd voor' en selecteert u 'Bepaalde <event>', waarbij <event> het type gebeurtenis is waarmee u wilt werken.

Elk filter bestaat uit een Variabele, een Operator en een Waarde:

Variabele (menu) Operator (menu) Waarde (tekstveld)
Selecteer de juiste bestaande Tag Manager-variabele, voeg een nieuwe ingebouwde variabele toe of maak een nieuwe variabele via dit menu. Kies een operator uit het menu, bijv. is gelijk aan, bevat, minder dan, komt overeen met RegEx, enz. Tag Manager vergelijkt de waarde die u opgeeft met de waarde van de variabele tijdens runtime. Voer een passende tekstwaarde in.

Zo kan een tag met een trigger die is gebaseerd op een paginaweergavegebeurtenis met het volgende filter worden gebruikt om een tag te activeren op een website waar /producten/ een voorspelbaar onderdeel is van de URL voor alle productpagina's:

Pagina-URL bevat /producten/

Gerelateerde bronnen

Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?