Dataweergavefilters maken en beheren

U kunt filters maken op accountniveau en deze vervolgens op meerdere dataweergaven toepassen.

U kunt op dataweergaveniveau filters maken die alleen van toepassing zijn op die dataweergave. Bovendien kunt u filters op accountniveau beheren die op de betreffende dataweergave zijn toegepast.

In dit artikel vindt u informatie over het volgende:

Rechten

Gebruikers die rechten voor bewerken op accountniveau hebben, kunnen het volgende:

  • Filters maken/bewerken op accountniveau
  • Filters maken/bewerken op dataweergaveniveau
  • Filters toepassen op alle dataweergaven in het account

Gebruikers die rechten voor bewerken op dataweergaveniveau hebben, kunnen het volgende:

  • Bestaande filters toepassen op of verwijderen uit die dataweergave, geen nieuwe filters maken of bestaande filters bewerken.

Een filter op accountniveau maken

Ga als volgt te werk om een filter op accountniveau te maken:

  1. Log in bij Google Analytics.
  2. Klik op Beheerder en ga naar het account waarin u het filter wilt maken.
  3. Klik in de kolom ACCOUNT op Alle filters.
  4. Klik op Filter toevoegen. Als deze knop niet zichtbaar is, heeft u niet de benodigde rechten.
  5. Geef een naam op voor het filter.
  6. Selecteer Vooraf gedefinieerd om een keuze te maken uit de typen vooraf gedefinieerde filters.
  7. Selecteer Aangepast om een aangepast filter samen te stellen uit de geboden opties. Wanneer u een aangepast filter maakt, kunt u onze definities van de filtervelden raadplegen.
  8. Selecteer in de lijst Beschikbare dataweergaven de dataweergaven waarop u het filter wilt toepassen en klik op Toevoegen.
  9. Klik op Opslaan.

Standaard worden de dataweergavefilters op de gegevens toegepast in de volgorde waarin de filters zijn toegevoegd. Als er dus bestaande filters zijn voor een dataweergave, wordt uw nieuwe filter na deze filters toegepast. Volg onderstaande instructies als u de filtervolgorde voor een dataweergave wilt wijzigen.

Een filter op dataweergaveniveau maken

Ga als volgt te werk om een filter op weergaveniveau te maken:

  1. Log in bij Google Analytics.
  2. Klik op Beheerder en ga naar de weergave waarin u het filter wilt maken.
  3. Klik in de kolom WEERGAVE op Filters.
  4. Klik op Filter toevoegen. Als deze knop niet zichtbaar is, heeft u niet de benodigde rechten.
  5. Selecteer Nieuw filter maken.
  6. Geef een naam op voor het filter.
  7. Selecteer Vooraf gedefinieerd om een keuze te maken uit de typen vooraf gedefinieerde filters.
  8. Selecteer Aangepast om een aangepast filter samen te stellen uit de geboden opties. Wanneer u een aangepast filter maakt, kunt u onze definities van de filtervelden raadplegen.
  9. Selecteer in de lijst Beschikbare dataweergaven de dataweergaven waarop u het filter wilt toepassen en klik op Toevoegen.
  10. Klik op Opslaan.

De filtervolgorde voor een weergave wijzigen

  1. Log in bij Google Analytics.
  2. Selecteer het tabblad Beheerder en ga naar de weergave waarin u het filter wilt maken.
  3. Klik in de kolom WEERGAVE op Filters.
  4. Klik op Filtervolgorde toewijzen, selecteer het filter dat u wilt verplaatsen en klik vervolgens op Omhoog of Omlaag. Klik op Opslaan als u klaar bent.
  5. Als u een filter uit de weergave wilt verwijderen, klikt u op Verwijderen in de rij voor dat filter.

Bestaande filters toevoegen aan of verwijderen uit een weergave

  1. Log in bij Google Analytics.
  2. Klik op Beheerder en ga naar de weergave waaraan u een filter wilt toevoegen of waaruit u een filter wilt verwijderen.
  3. Klik in de kolom WEERGAVE op Filters.
  4. Klik op Filter toevoegen.
  5. Selecteer Bestaand filter toepassen.
  6. Voeg naar behoefte filters toe of verwijder deze.
  7. Klik op Opslaan.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?