Een account toevoegen

Deze instructies zijn bedoeld voor het toevoegen van een nieuw accountniveau aan een bestaand Google Analytics-account. Wanneer u een account maakt, wordt er ook automatisch een property en een dataweergave voor het betreffende account gemaakt. Deze niveaus geven Google Analytics de structuur die u in staat stelt om gegevens te verzamelen en te analyseren.

Meer informatie over de structuur van een Google Analytics-account, over property's en over dataweergaven.

Allereerst moet u een account maken voor Google Analytics. Lees de informatie in Volgende stappen (hieronder) wanneer u klaar bent om door te gaan met het volgende deel van het proces.

Is Google Analytics nieuw voor u? Meer informatie om u aan te melden voor en aan de slag te gaan met Google Analytics.

Een account aan uw Analytics-account toevoegen

U moet over bewerkingsrechten beschikken om accounts aan een bestaand Google Analytics-account toe te voegen.

Een accountniveau in een bestaand Google Analytics-account maken:

  1. Log in op uw Google Analytics-account. Klik op Beheerder op de menubalk boven aan een pagina.
  2. Klik in het dropdown-menu in de kolom Account op Nieuw account maken.
  3. Selecteer Website of Mobiele app.
  4. Geef in het gedeelte Uw account instellen een Accountnaam op.
    Gebruik een specifieke en beschrijvende naam, zodat u eenvoudig kunt zien waar dit account voor is wanneer de naam in de 'Accountlijst' wordt weergegeven.
  5. Geef in het gedeelte Uw property instellen de Websitenaam of App-naam op.
    Als u meerdere property's wilt bijhouden in uw account, gebruikt u een zeer specifieke en beschrijvende naam. Neem voor apps ook de editie of het versienummer in de naam op. Zo zorgt u ervoor dat uw app-property's overzichtelijk blijven.
  6. (Alleen voor websites) Voer de Website-URL in.
    U kunt geen property maken als de notatie van uw URL onjuist is.
    Meer informatie over de juiste notatie voor uw domeinnaam.
    Selecteer de protocolstandaard (http:// of https://). Voer de domeinnaam in, zonder tekens na de naam (dus ook zonder schuine streep: www.example.com en niet www.example.com/). De meeste domeinhosts ondersteunen alleen UTF-8-tekens in de URL. Het is een goed idee UTF-8-tekens of punycode te gebruiken voor symbolen en andere niet-UTF-8-tekens (waaronder Cyrillische tekens) in uw domeinnaam. Zoek op internet een punycode-converter om u hierbij te helpen.
  7. Selecteer een Branchecategorie.
  8. Selecteer de Tijdzone voor rapportage.
    Deze wordt gebruikt voor de daggrens voor uw rapporten, ongeacht waar de gegevens vandaan komen.
    Meer informatie over de instelling 'Tijdzone voor rapportage'.
    • De tijdzone-instelling heeft alleen invloed op hoe gegevens in uw rapporten worden weergegeven en niet op de manier waarop u gegevens verzamelt. Als u bijvoorbeeld 'Verenigde Staten, Pacific time' kiest, wordt het begin en eind van elke dag berekend op basis van Pacific time, of uw website nu bezocht wordt in New York, Londen of Moskou.
    • Als uw Analytics-account aan een Google AdWords-account is gekoppeld, wordt de tijdzone automatisch ingesteld op uw AdWords-voorkeur en krijgt u deze optie niet te zien. Dit garandeert een nauwkeurige rapportage voor uw AdWords-campagnes.
    • Het wijzigen van uw tijdzone is uitsluitend van invloed op toekomstige gegevens en wordt niet met terugwerkende kracht toegepast. Als u deze property al eerder heeft gebruikt, ziet u wellicht een plateau of een piek in uw rapportgegevens rond de periode dat u uw tijdzone heeft ingesteld. In uw rapporten wordt gedurende een korte periode mogelijk nog de oude tijdzone weergegeven nadat u deze instelling heeft bijgewerkt.
  9. Selecteer bij Instellingen voor gegevens delen de gewenste instellingen voor het delen van gegevens. Meer informatie over de instellingen voor het delen van gegevens.
  10. Klik op Tracking-ID ophalen.

Volgende stappen

Het maken van een account is slechts de eerste stap die u moet uitvoeren om Google Analytics te gebruiken. U moet uw trackingcode instellen om gegevens te verzamelen en naar uw account te verzenden. We raden u ook ten zeerste aan om dataweergaven voor rapportage in te stellen en aan te passen.

Klik op het plusteken (+) om elk gedeelte uit te vouwen voor meer informatie.

De trackingcode instellen

Er zijn verschillende versies van de trackingcode beschikbaar. Gebruik de trackingcode die geschikt is voor uw omgeving.

  • Webinhoud: bekijk hoe u de webtrackingcode kunt instellen. Iedereen die bekend is met HTML, kan deze stap voltooien, maar ontwikkelaars moeten onze analytics.js JavaScript-handleiding voor ontwikkelaars bekijken voor meer informatie.
  • Mobiele apps: download de juiste SDK en gebruik onze Handleidingen voor ontwikkelaars voor Android en iOS voor meer informatie over het integreren van de SDK in uw app. U kunt de SDK's downloaden via de pagina Trackinginfo in uw accountproperty of via de Handleidingen voor ontwikkelaars.
  • Overige digitale apparaten: als u gegevens van digitale apparaten als informatiekiosks, gameconsoles of andere apparatuur wilt verzamelen, kunt u gebruikmaken van het Measurement Protocol. Alleen ervaren ontwikkelaars moet het Measurement Protocol instellen.

Nadat u de basisinstellingen heeft voltooid, kunt u uw trackingcode aanpassen om gegevens bij te houden die niet automatisch worden bijgehouden. We raden u aan het volgende in te stellen: Website-interactie tracking, voor het bijhouden van interacties als video's en knopklikken, en E-commerce bijhouden, voor de integratie van product- of verkoopgegevens met uw andere gegevens.

Bekijk een niet-technische samenvatting van de werking van Google Analytics.

Uw dataweergaven voor rapportage instellen en aanpassen

Een dataweergave is de lens waardoor u uw gegevens bekijkt. Dit is het gedeelte van een Google Analytics-account dat rapporten bevat en dat u met behulp van filters kunt aanpassen.

Voor elke property wordt automatisch één dataweergave gemaakt, maar we raden u ten zeerste aan een dubbele dataweergave te maken, zodat u altijd toegang heeft tot de onbewerkte gegevens die u verzamelt. U ontvangt ook meer gegevens waarop u actie kunt ondernemen als u aanvullende rapportagefuncties instelt, zoals Doelen en Segmenten.

Meer informatie over dataweergaven, het maken van een dataweergave en de reden voor het maken van een kopie van uw oorspronkelijke dataweergave.