OAuth: Toegang door API-client beheren

Google API's gebruiken het OAuth 2.0-protocol voor verificatie en autorisatie. Google ondersteunt veelvoorkomende OAuth 2.0-scenario's, zoals voor apps op de webserver, geïnstalleerde apps en apps aan de clientzijde.

In de Beheerdersconsole kunt u de toegang van uw interne apps en apps van derden tot de ondersteunde Google API's (bereiken) beheren. Bekijk de lijst met OAuth 2.0-bereiken.

  1. Log in bij de Google Beheerdersconsole.

    Log in met uw beheerdersaccount (dit eindigt niet op @gmail.com).

  2. Ga op de homepage van de Beheerdersconsole naar Beveiliging en vervolgens Geavanceerde instellingen.

    U moet wellicht onderaan klikken op Meer functies om Beveiliging op de homepage te zien.

  3. Klik op API-clienttoegang beheren.
  4. Doe het volgende op de pagina API-clienttoegang beheren:
  • Een client toevoegen: Voer de clientnaam (OAuth-gebruikerssleutel) van de leverancier van derden en het bereik in en klik op Autoriseren. Zorg dat u de client kent en dat deze een toepasselijk klein toegangsbereik heeft. 

    Voor elke client kunt u meerdere API's opgeven, gescheiden door komma's. Als u bijvoorbeeld toegang wilt geven tot de Contacts en de Documents List API, stelt u het bereik in op 'http://www.google.com/m8/feeds/, http://www.google.com/feeds/'. U kunt alle OAuth 2.0-bereiken voor Google API's gebruiken.
     
  • Een client verwijderen: Klik op Verwijderen. Wees voorzichtig wanneer u de toegang intrekt, aangezien de apps die afhankelijk zijn van de autorisatie, onmiddellijk ophouden met werken.

Voor geautoriseerde API-clients

Voeg de API's toe vanaf de lijst met goedgekeurde clients en de bereiken daarvan.

Ontwikkelaars kunnen meer informatie bekijken over het maken van OAuth-serviceaccounts en het registreren en instellen van OAuth voor hun web-apps.

Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?