De variabele voor Google Analytics-instellingen

 

Creating a Google Analytics Settings Variable with Google Tag Manager

De variabele voor Google Analytics-instellingen wordt in Universal Analytics-tags in webcontainers en in mobiele containers (Firebase-containers) gebruikt om op een centrale plaats veelgebruikte Google Analytics-instellingen te configureren en met meerdere tags te delen. Wanneer u een Universal Analytics-tag maakt, vraagt Google Tag Manager u een variabele voor Google Analytics-instellingen te selecteren of te maken. 

Een variabele voor Google Analytics-instellingen maken

Een nieuwe variabele voor Google Analytics-instellingen maken:

  1. Klik op Variabelen.
  2. Klik onder Door de gebruiker gedefinieerde variabelen op Nieuw.
  3. Klik op Variabeleconfiguratie en selecteer Instellingen voor Google Analytics (onder de kop Hulpprogramma's).
  4. Voer uw tracking-ID voor Google Analytics in het veld Tracking-ID in.
  5. Voor de meeste implementaties kunt u Cookiedomein op auto laten staan.
  6. Sla de tag op.

De tracking-ID van Google Analytics lokaliseren

De tracking-ID voor Google Analytics lokaliseren:

  1. Log in op uw Analytics-account.
  2. Klik op Beheerder.
  3. Selecteer een account uit het menu in de kolom ACCOUNT.
  4. Selecteer in het menu in de kolom PROPERTY een property.
  5. Klik onder PROPERTY op Trackinginfo > Trackingcode. De tracking-ID wordt bovenaan de pagina weergegeven.

Als u de Universal Analytics-tags al heeft ingesteld in Tag Manager of op uw site, moet u ervoor zorgen dat u voor het cookiedomein voor al die tags consequent dezelfde naam gebruikt. De standaardwaarde voor het veld Cookiedomein is auto. Hiermee kan Google Analytics automatisch bepalen wat het beste cookiedomein is om te gebruiken. Voor de meeste implementaties is het niet nodig om deze instelling te wijzigen. Pas de waarde alleen aan als u hier specifiek behoefte aan heeft. Meer informatie.

Aanvullende overwegingen

De meeste gebruikers beginnen met een variabele voor Google Analytics-instellingen die alleen een tracking-ID van Google Analytics bevat. Eventuele aanvullende tagconfiguraties die dezelfde Google Analytics-tracking-ID gebruiken, kunnen de variabele gebruiken, zonder dat de ID opnieuw hoeft te worden opgegeven. Geavanceerde configuraties kunnen aangepaste velden, aangepaste dimensies en aangepaste statistieken of cross-domein tracking omvatten. Deze instellingen worden gedeeld door elke tag die deze variabele gebruikt. U kunt zo veel variabelen voor Google Analytics-instellingen maken als nodig is, elk met hun eigen aangepaste instellingen die moeten worden gedeeld met een groep vergelijkbare tags.

U kunt de functionaliteit van een variabele voor Google Analytics-instellingen per tag overschrijven. Gebruik Overschrijven van instellingen in deze tag inschakelen om de parameters voor de betreffende tag te wijzigen.

Als u dezelfde instellingen consequent op dezelfde manier overschrijft, kunt u overwegen een nieuwe variabele voor Google Analytics-instellingen te maken om de redundantie te verminderen.

Gerelateerde bronnen

Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?