[V2] Voorbeeld weergeven en foutopsporing

Meer informatie over de nieuwe functies in Google Tag Manager, versie 2

Met behulp van de tools voor voorbeeldweergave en foutopsporing in Google Tag Manager kunt u ervoor zorgen dat de tags op uw site werken zoals u verwacht.

Opmerking: foutopsporing is momenteel nog niet beschikbaar voor mobiele-appcontainers.

Via de modus 'Voorbeeld' in Google Tag Manager kunt u op een site surfen waarop uw huidige containerconcept ter illustratie als containercode is geïmplementeerd. Om de modus 'Voorbeeld' in te schakelen, klikt u op de pijl naast de knop 'Publiceren' en selecteert u Voorbeeld.

U kunt van elke versie van een container een voorbeeld bekijken. Een versie is in feite een opgeslagen momentopname van de container. Als u een voorbeeld van een vorige versie van uw container wilt bekijken, gaat u naar het tabblad Versies en selecteert u naast de gewenste versie Actie → Voorbeeld.

Nadat de modus 'Voorbeeld' is ingeschakeld, gaat u naar de site waarop de container is geïmplementeerd. Daar ziet u een consolevenster onder in uw browser met gedetailleerde informatie over uw tags, zoals hun activeringsstatus en welke gegevens worden verwerkt. Dit consolevenster wordt alleen weergegeven terwijl u een voorbeeld van de site bekijkt en is niet zichtbaar voor andere bezoekers van de website.

In de linkerkolom van het foutopsporingsvenster ziet u een lijst met alle gebeurtenissen die zijn gepusht naar de gegevenslaag, in de volgorde waarin ze zijn gepusht. Wanneer u een gebeurtenis selecteert, kunt u een momentopname bekijken van de containerstatus voor een bepaalde gebeurtenis.

Boven aan de lijst met gebeurtenissen vindt u de optie Overzicht waarmee u de verzamelde gegevens over de container kunt weergeven. Wanneer u op het tabblad 'Tags' het overzicht bekijkt, ziet u een lijst met alle tags die tot dusver zijn geactiveerd, evenals een lijst met tags die aanwezig zijn, maar nog niet zijn geactiveerd. Wanneer u in deze weergave op een tag klikt, wordt informatie weergegeven over de kenmerken van de tag, het activeren van triggers en het blokkeren van triggers. Wanneer u het overzicht op het tabblad 'Gegevenslaag' bekijkt, worden de vijf meest recente gebeurtenissen getoond die naar de gegevenslaag zijn gepusht, plus de aanvullende variabelen die voor elke gebeurtenis zijn ingesteld. Bovendien wordt de huidige status van de gegevenslaag in Google Tag Manager weergegeven.

U kunt in de linkerkolom elke gewenste gebeurtenis selecteren en de status van tags, variabelen en de gegevenslaag inspecteren via de corresponderende knoppen boven in het venster.

Wanneer een gebeurtenis wordt geselecteerd in de linkerkolom, worden op het tabblad Tags de tags weergegeven die aanwezig zijn voor die gebeurtenis. De tags zijn samengesteld uit tags die zijn geactiveerd voor de geselecteerde gebeurtenis en tags die niet zijn geactiveerd. Wanneer u in deze weergave op een tag klikt, worden de kenmerken en de waarden van deze tag weergegeven, evenals gedetailleerde informatie over de activerings- en blokkeringstriggers voor de tag. In deze weergave worden alle variabelen die in de tag worden gebruikt, weergegeven als chips. Via een kiezer boven aan de pagina kunt u schakelen tussen de weergave van variabelen als namen of als herleide waarden.

Op het tabblad Variabelen wordt gedetailleerde informatie weergegeven over variabelen in de geselecteerde gebeurtenis, waaronder het type variabele, het type geretourneerde gegevens en de herleide waarde.

Op het tabblad Gegevenslaag wordt het exacte berichtobject weergegeven zoals dat is gepusht naar de geselecteerde gebeurtenis, en hoe de gegevenslaag eruitziet nadat de berichttransactie is voltooid.

Was dit artikel nuttig?