Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu

Voorbeeld van containers weergeven en fouten opsporen

Controleren of de tags op uw site werken zoals u verwacht.

Via de voorbeeldmodus in Google Tag Manager kunt u op een site browsen waarop uw huidige containerconcept ter illustratie als containercode is geïmplementeerd. Op sites waarvoor de voorbeeldmodus is ingeschakeld, wordt onder de webcontent een foutopsporingsvenster weergegeven zodat u kunt controleren welke tags zijn geactiveerd en in welke volgorde.

Opmerking: Het foutopsporingsvenster is momenteel nog niet beschikbaar voor containers voor mobiele apps. Raadpleeg de ontwikkelaarsdocumentatie voor iOS en Android voor informatie over de voorbeeldmodus en foutopsporing voor containers voor mobiele apps.

In dit artikel vindt u informatie over het volgende:

Voorbeeldmodus inschakelen

Als u voorbeeldmodus wilt inschakelen, klikt u op de pijl naast de knop Publiceren en selecteert u Voorbeeld.

U kunt van elke versie van een container een voorbeeld bekijken. Een versie is in feite een opgeslagen momentopname van de container. Als u een voorbeeld van een vorige versie van uw container wilt bekijken, gaat u naar het tabblad Versies en selecteert u naast de gewenste versie Actie → Voorbeeld.
Wanneer de voorbeeldmodus is ingeschakeld, ziet u een oranje voorbeeldmeldingsbanner op de pagina Werkruimteoverzicht.

Voorbeeldmodus gebruiken

Nadat de voorbeeldmodus is ingeschakeld, gaat u naar de site waarop de container is geïmplementeerd. Daar ziet u onder in uw browser een venster van de foutopsporingsconsole met gedetailleerde informatie over uw tags, zoals de activeringsstatus en welke gegevens worden verwerkt. Dit consolevenster wordt alleen weergegeven terwijl u een voorbeeld van de site bekijkt en is niet zichtbaar voor andere bezoekers van de website.

U kunt deze informatie in de foutopsporingsconsole gebruiken om erachter te komen of tags en triggers worden geactiveerd en welke gegevens ze aan hun respectieve services doorgeven. Wanneer u doorklikt naar het voorbeeld van uw website, worden de gegevens van geactiveerde tags door de foutopsporingsconsole geüpdatet. U kunt deze informatie gebruiken om te zien of een tag wel of niet is geactiveerd en waardoor de activeringsstatus wel of niet is geactiveerd.

In de linkerkolom van de foutopsporingsconsole ziet u een lijst met alle gebeurtenissen die naar de gegevenslaag zijn gepusht, in de volgorde waarin ze zijn gepusht. Wanneer u een gebeurtenis selecteert, kunt u een momentopname bekijken van de containerstatus voor een bepaalde gebeurtenis.

Boven aan de lijst met gebeurtenissen vindt u de optie Overzicht waarmee u de verzamelde gegevens over de container kunt weergeven. Wanneer u op het tabblad Tags het overzicht bekijkt, ziet u een lijst met alle tags die tot dan toe zijn geactiveerd, evenals een lijst met tags die aanwezig zijn, maar nog niet zijn geactiveerd. Wanneer u in deze weergave op een tag klikt, wordt informatie weergegeven over de kenmerken van de tag, het activeren van triggers en het blokkeren van triggers. Wanneer u het Overzicht op het tabblad Gegevenslaag bekijkt, worden de vijf meest recente gebeurtenissen getoond die naar de gegevenslaag zijn gepusht, plus de aanvullende variabelen die voor elke gebeurtenis zijn ingesteld. Bovendien wordt de huidige status van de gegevenslaag in Tag Manager weergegeven.

U kunt in de linkerkolom elke gewenste gebeurtenis selecteren en de status van tags, variabelen en de gegevenslaag inspecteren via de corresponderende knoppen boven in het venster.

Wanneer een gebeurtenis wordt geselecteerd in de linkerkolom, worden op het tabblad Tags de tags weergegeven die aanwezig zijn voor die gebeurtenis. De tags zijn samengesteld uit tags die zijn geactiveerd voor de geselecteerde gebeurtenis en tags die niet zijn geactiveerd. Wanneer u in deze weergave op een tag klikt, worden de eigenschappen en waarden van deze tag weergegeven, evenals gedetailleerde informatie over de activerings- en blokkeringstriggers voor de tag. In deze weergave worden alle variabelen die in de tag worden gebruikt, weergegeven als chips. Via een kiezer boven aan de pagina kunt u schakelen tussen de weergave van variabelen als namen of als herleide waarden.

Op het tabblad Variabelen wordt gedetailleerde informatie weergegeven over variabelen in de geselecteerde gebeurtenis, waaronder het type variabele, het type geretourneerde gegevens en de herleide waarde.

Op het tabblad Gegevenslaag wordt het exacte berichtobject weergegeven zoals dat is gepusht naar de geselecteerde gebeurtenis, en hoe de gegevenslaag eruitziet nadat de berichttransactie is voltooid.

Voorbeeldmodus delen

Wanneer u de voorbeeldmodus inschakelt, zijn de configuratie van de voorbeeldcontainer en het foutopsporingsvenster alleen zichtbaar vanuit dezelfde browser van waaruit u de voorbeeldmodus heeft gestart. U kunt uw voorbeeldmodus echter wel delen via de functie 'Voorbeeld delen'.

Als u uw voorbeeldmodus wilt delen, klikt u op Voorbeeld delen vanuit de voorbeeldmeldingsbanner. Hierdoor wordt er een dialoogvenster geopend waarin u een URL kunt kopiëren om naar iemand anders te verzenden. Geef het websitedomein (bijvoorbeeld https://voorbeeld.nl/) op en kopieer de resulterende voorbeeld-URL in het vak eronder.

Vervolgens kunt u de voorbeeld-URL naar iemand anders verzenden. Via de voorbeeld-URL worden gebruikers naar een bestemmingspagina gestuurd waar ze een melding zien dat hun browser de voorbeeldmodus heeft ingeschakeld. Op de bestemmingspagina is ook een link beschikbaar om de voorbeeldmodus voor die browser weer uit te schakelen.

Voorbeeldmodus sluiten

Als u de voorbeeldmodus wilt sluiten, klikt u op Voorbeeldmodus sluiten in de oranje banner op de pagina Werkruimteoverzicht.

Bij gedeelde voorbeelden gebruikt u de link de u heeft ontvangen om naar de bestemmingspagina voor het gedeelde voorbeeld te gaan. Klik op Voorbeeld- en foutopsporingsmodus sluiten om uw voorbeeldsessie te beëindigen.

Was dit artikel nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?