WAN-instellingen

Via de WAN-instellingen kun je bepalen hoe Google Wifi verbinding met internet maakt. Het soort WAN-verbinding dat je gebruikt, wordt over het algemeen bepaald door je internetprovider.

In de WAN-instellingen kun je een van de volgende soorten WAN kiezen en de respectievelijke instellingen configureren:

Wide Area Network (WAN) is het netwerk van de buitenwereld dat bestaat uit met elkaar verbonden computers. Je kunt WAN zien als internet. In tegenstelling tot LAN (Local Area Netwerk), dat de verzameling apparaten in je huis inhoudt. LAN is je persoonlijke netwerk. Je LAN-apparaten (een tablet waarop een video wordt gestreamd of een computer waarmee op internet wordt gesurft) ontvangen allemaal gegevens van het WAN via je router.

Hoe kan ik de WAN-instellingen bewerken?

Opmerking: Als je je WAN-instellingen wilt bewerken, moet Google Wifi offline zijn en moet je mobiele apparaat lokaal zijn verbonden met Google Wifi (dit kan niet als je te ver van je Wifi-punt(en) bent verwijderd). Koppel de Ethernet-kabel los van je primaire Wifi-punt en wacht tot het lampje oranje begint te knipperen. Zorg ervoor dat je mobiele apparaat nog altijd is verbonden met je Google Wifi-netwerk.
  1. Open de Google Wifi-app.
  2. Tik op het tabblad en tik vervolgens op Netwerk en algemeen.
  3. Tik in het gedeelte Netwerk op Geavanceerde instellingen > WAN.

DHCP

Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP) is het protocol waarmee een apparaat (in dit geval je router) automatisch een IP-adres en andere relevante gegevens krijgt. Meer informatie over DHCP.

Ga als volgt te werk als je een ander soort WAN hebt ingesteld en je terug wilt naar DHCP:

  1. Open de Google Wifi-app.
  2. Tik op het tabblad en tik vervolgens op Netwerk en algemeen.
  3. Tik in het gedeelte Netwerk op Geavanceerde netwerken > WAN > DHCP.
  4. Tik op Opslaan.
  5. Sluit de Ethernet-kabel opnieuw aan op je primaire Wifi-punt.
Meer informatie over DHCP

Elk apparaat dat verbinding maakt met internet, heeft een IP-adres. Dit adres laat internet weten waar gegevens naartoe moeten worden verzonden, net als een postadres op een pakketje.

Als DHCP wordt gebruikt, vraagt Google Wifi het apparaat dat op de WAN-poort van je primaire Wifi-punt is aangesloten (meestal een modem of router/modem-combinatie) automatisch om een IP-adres. Je modem (het 'upstream apparaat') verstrekt voor een bepaalde tijd (de zogenaamde leaseduur) een IP-adres aan je primaire Wifi-punt. Wanneer de lease afloopt, wordt deze doorgaans door het upstream apparaat vernieuwd en blijft je primaire Wifi-punt normaal gesproken hetzelfde IP-adres gebruiken. DHCP wijst een nieuw IP-adres aan je primaire Wifi-punt toe nadat het opnieuw is opgestart.

Net als bij de meeste netwerken is DHCP voor je Google Wifi-netwerk de standaard, omdat het proces automatisch verloopt en geen handmatige configuratie vereist.

Statische IP

Een statisch IP-adres is een IP-adres dat specifiek is gereserveerd voor je verbinding en dat niet automatisch wijzigt. Je weet het wanneer je een statisch IP-adres hebt, omdat je een adres moet hebben gereserveerd bij je internetprovider. Meer informatie over statische IP's.

  1. Open de Google Wifi-app.
  2. Tik op het tabblad en tik vervolgens op Netwerk en algemeen.
  3. Tik in het gedeelte Netwerk op Geavanceerde instellingen > WAN > Statische IP.
  4. Geef het IP-adres, het subnetmasker en de internetgateway op die door je internetprovider zijn geleverd. Wanneer je klaar bent, tik je op Opslaan.
  5. Nadat de wijzigingen zijn opgeslagen, sluit je de Ethernet-kabel aan op je primaire Wifi-punt en modem.
Meer informatie over statische IP's

De meeste gebruikers hebben geen statische IP-adressen nodig voor hun router. Je hebt er alleen eentje nodig wanneer je wilt dat een extern apparaat of externe internetservice je apparaat onthoudt (bijvoorbeeld als je een server hebt of als je op afstand toegang tot je thuisnetwerk wilt verkrijgen via het openbare IP-adres). Opmerking: De meeste internetproviders vereisen een speciaal account (meestal bedoeld voor bedrijven) om een statisch IP-adres aan je toe te wijzen.

Dit is anders dan wanneer een persoonlijke apparaat een statisch IP-adres heeft. Je router kan een statisch IP-adres hebben dat de rest van internet te zien krijgt. Afzonderlijke apparaten die zijn verbonden met je router (bijvoorbeeld een laptop, smartphone, tablet enzovoort), kunnen echter ook statische IP-adressen krijgen die worden gebruikt voor je lokale netwerk. De buitenwereld krijgt deze specifieke statische IP-adressen niet te zien. Meer informatie over statische IP-adressen voor je netwerkapparaten.
PPPoE

PPPoE is de afkorting voor Point-to-Point Protocol over Ethernet. Dit betekent dat je een specifieke gebruikersnaam en een specifiek wachtwoord van je internetprovider nodig hebt voordat je toegang kunt krijgen tot internet. Dit is typisch voor veel DSL-verbindingen.

Als je niet weet wat je gebruikersnaam en je wachtwoord zijn, neem je contact op met je internetprovider en vraag je je PPPoE-accountnaam en -wachtwoord op. Je moet deze opgeven wanneer je handmatig je WAN-instellingen configureert.

Wanneer je je accountnaam en wachtwoord hebt, kun je als volgt je PPPoE-gegevens opgeven:

  1. Open de Google Wifi-app.
  2. Tik op het tabblad en tik vervolgens op Netwerk en algemeen.
  3. Tik in het gedeelte Netwerk op Geavanceerde instellingen > WAN > PPPoE.
  4. Geef je accountnaam en -wachtwoord op. Bevestig het wachtwoord en tik vervolgens op Opslaan.
  5. Sluit de Ethernet-kabel opnieuw aan op je Wifi-punt.
Opmerking: Ter beveiliging van je netwerk ondersteunt Google Wifi WPAD (Web Proxy Auto-Discovery Protocol) niet. WPAD kan gemakkelijk worden gehackt, waardoor je browsegedrag of gegevens openbaar kunnen worden gemaakt. Als WPAD is ingeschakeld op je apparaat, raden we je aan de gebruikershandleiding van het apparaat te raadplegen en dit protocol uit te schakelen.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?