Met deze richtlijnen kun je je Fitbit-apparaat onderhouden, veilig blijven en mogelijk ongemak door het gebruik ervan voorkomen. Als je problemen ervaart, maak je het bandje losser of stop je tijdelijk met het gebruik van het apparaat.
Richtlijnen voor veiligheid en onderhoud van je Fitbit-apparaat
Je Fitbit op de juiste manier opladen
- Gebruik de oplader die bij je apparaat is geleverd. We raden je af niet-originele opladers van derden te gebruiken.
- Verwijder voordat je begint metalen of magnetische voorwerpen, zoals metalen bandjes of sieraden, van de oplaadpinnen.
- Laad je apparaat niet op als het nat is. Droog je apparaat grondig voordat je het oplaadt.
- Houd de laadcontacten aan de achterkant van je apparaat en de contactpunten op de oplaadkabel schoon en vrij van vuil. Ga voor meer informatie naar Hoe maak ik mijn Fitbit-apparaat schoon?
- Zorg dat het apparaat en de oplaadcomponenten voldoende ventilatie hebben. Bedek het apparaat, de kabel of de adapter niet met een deken of kussen tijdens het opladen.
- Voor de beste resultaten laat je je apparaat niet langer dan een nacht aangesloten op de oplader.
- Koppel de oplaadkabel los zodra je apparaat is opgeladen.
- Laad je apparaat niet op in direct zonlicht.
Je Fitbit schoonmaken en onderhouden
- Ga naar Hoe maak ik mijn Fitbit-apparaat schoon? voor aanbevelingen voor het schoonmaken.
- Ga naar Gebruik en onderhoud voor tips over productverzorging.
Je Fitbit voor langere tijd gebruiken en opbergen
- Laat het niet voor langere tijd in de lade liggen. Laad je apparaat bij voorkeur elke 6 maanden of vaker op.
- Als je je apparaat meerdere weken of maanden wilt opbergen, laad je het op tot 100% en zet je het uit om extra batterijverbruik te voorkomen. Opmerking: Je kunt alleen bepaalde Fitbit-apparaten uitzetten. Ga voor meer informatie naar Hoe zet ik mijn Fitbit-apparaat uit?
- Laad trackers minimaal elke 6 maanden op tot 100%.
- Laad smartwatches minimaal eenmaal per jaar op tot 100%.
Zorg dat je Fitbit-apparaten niet gebruikt of oplaadt bij extreem weer
- Aanbevolen temperatuurbereiken
- Je apparaat werkt het best bij een omgevingstemperatuur tussen 0 °C en 40 °C.
- Je apparaat moet worden bewaard bij een omgevingstemperatuur tussen -20 °C en 45 °C.
- Raadpleeg de gebruikershandleiding van je apparaat.
- Als je apparaat is blootgesteld aan extreme hitte of kou, wacht je tot je apparaat de kamertemperatuur heeft bereikt voordat je het probeert op te laden of te gebruiken.
Als je Fitbit-smartwatch of -tracker ongemak veroorzaakt
Je Fitbit-apparaat raakt oververhit
Als je apparaat warm of heet aanvoelt of als je een branderig gevoel hebt terwijl je het draagt, verwijder je het onmiddellijk.
- Neem contact op met support voor hulp.
- Neem onze gids voor Fitbit-productverzorging door.
Als je apparaat oververhit raakt tijdens het opladen, neem je de oplaadtips door in Je product op de juiste manier opladen. Neem contact op met support als je meer hulp nodig hebt.
Tip: Als je tijdens of na het opladen schade aan het apparaat ontdekt, ga je naar Wat moet ik doen als het apparaat beschadigd lijkt?
Huidirritatie, allergische reacties of uitslag wanneer je een Fitbit-apparaat draagt
Neem de gids voor Fitbit-productverzorging door. Stop met het dragen van je apparaat en geef je huid rust. Als deze symptomen aanhouden, overweeg dan om contact op te nemen met een dermatoloog en met ons supportteam.
Schokken, tintelingen, pijn, stijfheid of gevoelloosheid wanneer je een Fitbit-apparaat draagt
Als het bandje niet prettig zit, maak je het losser, geef je je pols wat rust en doe je het bandje af. Neem contact op met support voor hulp.
Je Fitbit-apparaat lijkt beschadigd
Belangrijk:
- Neem bij direct gevaar onmiddellijk contact op met de hulpdiensten.
- Als het product in brand staat, neem je onmiddellijk contact op met de brandweer.
Neem contact op met support en stop met het gebruik van je apparaat als:
- Je vermoedt dat de batterij is opgezwollen, bol staat, lekt, is geëxplodeerd of is opengebarsten.
- Je apparaat wordt opgeladen en je merkt zichtbare schade of problemen op het apparaat op, zoals smelten, roken, materiële schade in de directe omgeving of vonken.
- Je product is in brand geraakt.
- Het apparaat of de onderdelen zijn ingeslikt door een kind of huisdier.
- Scherpe randen op het apparaat hebben een snijwond of letsel veroorzaakt.
Neem onze Documentatie over veiligheid en regelgeving door voor meer informatie.