Geavanceerde gebruikershandleiding

Pictogrammen instellen voor plaatsen en mappen

Wanneer u een plaatsmarkering of map maakt of bewerkt, kunt u het pictogram voor dat item wijzigen door op de pictogramknop rechts van het veld 'Naam' te klikken en een nieuw pictogram te kiezen in het palet.

Beschikbare pictogrammen

Opmerking: u kunt geen pictogram instellen voor mappen die verschillende soorten plaatsmarkeringsgegevens bevatten, bijvoorbeeld een combinatie van plaatsmarkeringen en overlays. Als u pictogrammen en hun waarden wilt instellen voor mappen, moet u gedeelde stijlen inschakelen.

Aangepaste pictogrammen gebruiken

Voor één plaatsmarkering en voor mappen met plaatsmarkeringen kunt u een aangepast pictogram gebruiken in plaats van een van de standaardpictogrammen die beschikbaar zijn voor alle plaatsmarkeringen. Wanneer u een aangepast pictogram voor één plaatsmarkering instelt, wordt het nieuwe pictogram alleen voor die plaatsmarkering weergegeven. Als de functie voor het delen van stijlen is ingeschakeld, kunt u ook een aangepast pictogram voor een map instellen. In dat geval wordt elke wijziging in de map toegepast op alle items in de map.

Opmerking: net als met beelden op webpagina's werken aangepaste pictogrammen met een kleine bestandsgrootte het beste.

Ga als volgt te werk om een aangepast pictogram te kiezen:

  1. Klik op het pictogram in de rechterbovenhoek van het dialoogvenster 'Plaatsmarkering bewerken' of 'Map bewerken'.
  2. Kies 'Aangepast pictogram toevoegen' in het pictogrampalet.
  3. Geef een geldig pad of een geldige web-URL op in het veld naast het label 'Pictogramlocatie' of klik op Bladeren om het bestand op uw computer of netwerk op te geven. Als u naar een beeld op het web verwijst, moet u het pad naar het beeld opnemen, niet het pad naar de webpagina met het beeld.

Lijnkleur en -breedte instellen

Wanneer uw plaatsmarkeringsgegevens uit lijnen bestaan, zoals bij opgeslagen routebeschrijvingen, kunt u de eigenschappen onder 'Lijn' op het tabblad 'Stijl' gebruiken om de weergave van lijnen in de 3D-viewer aan te passen.

Dialoogvenster 'Map bewerken'

  • Kleur: als u de kleur wilt instellen voor een lijn, klikt u op het vierkantje bij 'Kleur' en kiest u een kleur in het standaardkleurenpalet. U kunt een standaardkleur kiezen, maar u kunt ook zelf een kleur opgeven. De kleur die u kiest, wordt op dezelfde manier als bij pictogramkleuren toegevoegd aan de bestaande kleur van de lijngegevens. Daarnaast kunt u de transparantie van de lijn met het beschikbare alfakanaal in de kleurenkiezer op dezelfde manier aanpassen als met de instelling 'Transparantie'.
  • Breedte: de standaardinstelling voor lijnbreedte is 1 pixel. U kunt voor de dikte van de lijn een waarde tussen 0 en 4 pixels instellen door op de knop Breedte te klikken en de pijl-omhoog en -omlaag gebruiken om de breedte aan te passen binnen het toegestane bereik. U kunt andere waarden voor de lijnbreedte opgeven door een waarde te typen in het veld 'Breedte'. DirectX-gebruikers kunnen de lijnbreedte niet aanpassen.
  • Transparantie: met de instelling voor transparantie wordt aangegeven hoe transparant de lijn is ten opzichte van het beeld daaronder. Standaard is dit ingesteld op 100%. Dit betekent dat het beeld daaronder niet zichtbaar is. Als u de breedte en kleur van een lijn heeft gewijzigd, kunt u deze transparanter maken zodat het beeld daaronder zichtbaar is. In dat geval geeft u een transparantiepercentage op in het veld 'Transparantie' of klikt u op de knop Transparantie en gebruikt u de schuifregelaar om de gewenste transparantie in te stellen.