Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu
true

Over bronrecords

Bronrecords bevatten DNS-informatie over de hardware- en softwarecomponenten waaruit uw domein bestaat (hosts, naamservers, webservers, e-mailservers).

Elke bronrecord bestaat uit een aantal velden:

  • Naam – Een label die de naam aangeeft van de eigenaar van de record. Dit kan het hoofddomein zijn (aangeduid met @) of een subdomein (zoals 'www').
  • Type – Het type record, bijvoorbeeld de record A (adres).
  • TTL – (Time-To-Live) Hoe vaak een kopie van de record in het cachegeheugen (de lokale opslag) moet worden geüpdatet (opgehaald vanuit de oorspronkelijke opslaglocatie) of verwijderd. Een kortere TTL betekent dat records vaker worden opgehaald (toegang is trager, gegevens zijn meer up-to-date). Een langere TTL betekent dat records minder vaak worden opgehaald (toegang is sneller, gegevens zijn minder up-to-date). De standaardinstelling is 1 uur.
    Opmerking: Als u een bronrecord wijzigt, wordt de wijziging op zijn laatst pas doorgevoerd na de duur van de TTL. Wanneer u een nieuwe bronrecord toevoegt, is deze na ongeveer vijf minuten zichtbaar voor internetgebruikers.
  • Gegevens – De gegevens die de record bevat, afhankelijk van het type record. Voor A-records is dit bijvoorbeeld het IP-adres van de host. Dit zijn de gegevens die worden weergegeven bij een DNS-zoekopdracht.

Opmerking: Google Domains ondersteunt standaard de internetklasse IN en bevat daarom geen veld voor de klasseaanduiding.

Typen bronrecords

Naast de hier beschreven DNS-bronrecords ondersteunt Google Domains ook synthetische records die de functies van bronrecords verder uitbreiden. Zie Synthetische records voor meer informatie.

A

A-records (IPv4-adressen) wijzen de domeinnaam van een host toe aan het IP-adres van die host (naam wordt toegewezen aan een adres).

@ A 1h 123.123.123.123

Opmerking: A-records en AAAA-records hebben dezelfde functie. A-records wijzen de domeinnaam toe aan IPv4-adressen (IP-versie 4). AAAA-records wijzen de domeinnaam toe aan IPv6-adressen (IP-versie 6).

AAAA

AAAA-records (IPv6-adressen) wijzen de domeinnaam van een host toe aan het IP-adres van die host (naam wordt aan een adres toegewezen).

www AAAA 1h 2002:db80:1:2:3:4:567:89ab

Opmerking: A-records en AAAA-records hebben dezelfde functie. A-records wijzen de domeinnaam toe aan IPv4-adressen (IP-versie 4). AAAA-records wijzen de domeinnaam toe aan IPv6-adressen (IP-versie 6).

CNAME

CNAME-records (Canonical Name) wijzen een domeinalias toe aan een canonieke (ware) domeinnaam. U kunt meerdere aliasnamen aan hetzelfde canonieke domein toewijzen (zodat u op een enkele locatie met zowel A- als AAAA-records domeinnamen aan IP-adressen kunt toewijzen).

In dit voorbeeld is www het aliasdomein en example.com het canonieke domein (het wordt met de A-record toegewezen aan een IP-adres).

www CNAME 1h example.com.
example.com. A 1h 123.123.123.123

In dit voorbeeld zijn www en FTP domeinaliassen en is server1.example.com. het canonieke domein (het wordt met de A-record toegewezen aan een IP-adres).

www CNAME 1h server1.example.com.
ftp CNAME 1h server1.example.com.
server1.example.com. A 1h 123.123.123.123

CNAME-records kunnen niet worden ingesteld voor het hoofddomein. Daarnaast kan de target van een CNAME-record uitsluitend een domeinnaam zijn. Paden zijn niet toegestaan. Als u uw hoofddomein wilt omleiden of als de gewenste target een URL is die een pad bevat, probeert u een van de volgende opties:

  • Gebruik de functie voor het doorsturen van domeinen in plaats van CNAME (zie Domein doorsturen).
  • Maak een doorstuur-record op basis van dezelfde gegevens die u zou gebruiken voor een CNAME (zie Synthetische records).
MX

MX-records (Mail Exchange) wijzen een domeinnaam toe aan een mailserver die de e-mail voor het domein ontvangt. MX-records herkennen welke mailservers door anderen worden gebruikt om e-mail naar een domein te verzenden.

Er kunnen meerdere MX-records voor een domein worden ingesteld. Elke record heeft een prioriteitsnummer, waarbij lagere nummers een hogere prioriteit krijgen. In onderstaand voorbeeld wordt de host met lagere prioriteit (20) gebruikt als e-mails niet kunnen worden bezorgd via de host met hogere prioriteit (10).

@ MX 1h 10 mailhost1.example.com.
@ MX 1h 20 mailhost2.example.com.

Zijn de prioriteitsnummers hetzelfde (10 en 10), dan worden de taken tussen de hosts verdeeld. Er wordt willekeurig gekozen tussen een van beide hosts.

@ MX 1h 10 mailhost1.example.com.
@ MX 1h 10 mailhost2.example.com.

Opmerking: Google Domains heeft geen apart veld voor het prioriteitsnummer. Als u een prioriteitsnummer wilt opgeven, geeft u de waarde op in het gegevensveld, gevolgd door de e-mailhost (10 mailhost1.example.com.).

NS

NS-records (naamserver) wijzen een domein of subdomein toe aan een naamserver. Naamservers bevatten autoriteitsinformatie over de naamruimte van het domein en vertalen een domeinnaam naar het bijbehorende IP-adres (door te verwijzen naar de bronrecords die op de naamserver zijn opgeslagen).

In Google Domains kunt u alleen NS-records maken voor subdomeinen. De NS-records voor uw hoofddomein worden voor u beheerd. Zie Over NS-bronrecords (naamserver) voor meer informatie.

ns1 NS 1h ns-cloud1.googledomains.com.
ns2 NS 1h ns-cloud2.googledomains.com.
PTR

PTR-records (pointer) wijzen het IP-adres van een host toe aan de canonieke (ware) domeinnaam van die host (adres wordt aan een naam toegewezen). Het IP-adres wordt achterstevoren geschreven en toegevoegd aan het hoofddomein arpa (Address and Routing Parameter Area). Dit wordt een omgekeerde DNS-zoekopdracht genoemd.

PTR-records worden gebruikt als beveiligingsmiddel en maatregel tegen spam. E-mailservers en andere typen servers kunnen omgekeerde DNS-zoekopdrachten uitvoeren om de identiteit van hosts vast te stellen.

Normaal gesproken beheert u PTR-records niet via Google Domains, want deze moeten worden ingesteld door de eigenaar van uw IP-adresblok (meestal uw internetprovider). Verschillende eigenaren van IP-blokken hanteren verschillende procedures om deze records aan te vragen. Neem contact op met uw provider voor meer informatie.

Google Domains ondersteunt PTR-records die zich in de DNS-zone bevinden voor uw domein. De reden hiervoor is dat uw internetprovider CNAME-records kan maken die aan ons de verantwoordelijkheid delegeren om omgekeerde zoekopdrachten voor die specifieke adressen uit te voeren.

Als uw provider een PTR-record aan u delegeert, maakt de provider een CNAME-record die verwijst naar een PTR-record die u beheert via Google Domains. Stel bijvoorbeeld dat de A-record van uw server er als volgt uitziet:
www     A     1h     111.222.33.4

Als uw provider de PTR-record aan u wil delegeren, moet de provider de volgende CNAME instellen. De volgorde van de vier getallen die het IP-adres vormen, is omgedraaid:
4.33.222.111.in-addr.arpa.    CNAME     1h     ptr_www.example.com.

In Google Domains stelt u vervolgens de volgende PTR-record in:
ptr_www     PTR     1h     www.example.com.

Zodra deze records zijn ingesteld, gaan verzoeken voor omgekeerde zoekopdrachten over het IP-adres 111.222.33.4 eerst naar de record van uw provider voor 4.33.222.111.in-addr.arpa.. Deze leidt het verzoek om naar uw record voor ptr_www.example.com., die de aanvrager vervolgens informeert dat 111.222.33.4 overeenkomt met www.example.com.

Laten we een vergelijkbaar voorbeeld gebruiken voor IPv6-adressen. Stel dat de AAAA-record van uw server er als volgt uitziet:
www     AAAA     1h     202:db80:1:2:3:4:567:89ab

Het volledig gespecificeerde IPv6-adres is dan 0202:db80:0001:0002:0003:0004:0567:89ab. Als we de CNAME-record willen verkrijgen die uw provider moet instellen, moeten we dit adres omkeren (teken voor teken, zonder de dubbele punten), waarbij we punten zetten tussen elk teken en .ip6.arpa. toevoegen (inclusief de eindpunt):
b.a.9.8.7.6.5.0.4.0.0.0.3.0.0.0.2.0.0.0.1.0.0.0.0.8.b.d.2.0.2.0.ip6.arpa.     CNAME     1h     ptr_www.example.com.

Opmerking: Als u wilt dat uw internetprovider een blok adressen aan u delegeert, biedt Google Domains hiervoor geen directe ondersteuning. U moet Cloud DNS gebruiken om deze records te maken en op te slaan. U hoeft niet uw volledige DNS naar Cloud DNS te verplaatsen, alleen de PTR-records.

Zie voor meer informatie over Google Cloud DNS:

SOA

SOA-records (Start of Authority) worden door de DNS-servers van Google gebruikt om informatie over uw domein op te slaan voor het beheer van verkeer tussen de naamservers. Deze records bevatten meestal de naamserver, het beheerdersaccount van de naamserver, het serienummer van de naamserver, de vernieuwingssnelheid van het zonebestand en de wachtperiode voor updatepogingen, en de vervaldatum van het zonebestand.

SOA-records worden beheerd door de naamservers en kunnen niet worden weergegeven of bewerkt in Google Domains.

SPF

SPF (Sender Policy Framework) is een open-standaard technische methode. SPF specificeert de e-mailservers die e-mail kunnen verzenden vanaf een domein.

Wanneer een e-mailserver een e-mail verzendt, kijkt de ontvangende server naar de SPF van het domein. Als de e-mail afkomstig is van een e-mailserver die voorkomt in SPF, accepteert de ontvangende server de e-mail.

Tot op zekere hoogte voorkomt SPF spam van vervalste adressen. E-mails van een domein worden pas geaccepteerd als de verzendende server voorkomt in de SPF-lijst van het domein.

SPF gebruikt TXT-records (tekst) om een domeinnaam toe te wijzen aan een of meer e-mailservers. De TXT-record bevat de SPF-tag v=spf1 en andere SPF-kwalificaties, -mechanismen en -modifiers (zie www.openspf.org).

@ SPF   “v=spf1 +a:mailhost3.example.com +a:mailhost4.example.com –all”   
mail3   A 1h 123.123.123.7
mail4   A 1h 123.123.123.9
SRV

SRV-records (service) wijzen een specifieke service of server toe aan een domeinnaam. Dankzij de SRV-record is het mogelijk een service te vinden zonder dat u hoeft te weten op welke host de service wordt uitgevoerd.

In dit voorbeeld bevat de servicerecord _http._tcp.example.com. de service http, het protocol waarmee de service wordt uitgevoerd tcp en de domeinnaam example.com.. De record is toegewezen aan het domein www.example.com., dat op zijn beurt is toegewezen aan een webserver (de host met IP-adres 192.251.50.110). De record heeft de prioriteit 10 (lager is beter), het gewicht 5 (om de belasting te verdelen tussen records met dezelfde prioriteit) en het poortnummer 8080, waarmee wordt aangegeven op welke poort de service te vinden is.

_http._tcp.example.com. SRV 1h 10 5 8080 www.example.com.
www A 1h 192.251.50.110

Opmerking: Google Domains heeft geen apart veld voor prioriteit/gewicht/poort. Deze instellingen kunt u in het gegevensveld invoeren (elk gescheiden met een spatie), gevolgd door de naam van de service (10 5 8080 www.example.com.).

TXT

TXT-records (tekst) bevatten willekeurige informatie in de vorm van voor mensen of machines leesbare tekst die kan worden toegevoegd aan een bronrecord.

A TXT 1h 'Dit is mijn domein.'
Was dit artikel nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?