Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoeken sluiten
Google-apps
Hoofdmenu

Diagram- en grafiektypen

Je kunt je gegevens weergeven via diagrammen en grafieken.

Kies hieronder een diagramtype voor meer informatie over een diagram en het gebruik hiervan.

Lijn

Lijndiagram

Gebruik een lijndiagram om trends te bekijken binnen gegevens of gegevens binnen een bepaalde periode. Lijndiagrammen werken het beste wanneer de X-as getallen bevat.

lijndiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in de eerste rij voor elke kolom in. 
Combinatiediagram

Met een combinatiediagram kun je elke gegevensreeks weergeven als verschillend type markering, bijvoorbeeld een kolom, lijn of vlak. Gebruik een combinatiediagram om elke gegevensreeks weer te geven als verschillend type markering, bijvoorbeeld een kolom, lijn of vlak.

combinatiediagram

Je gegevens opmaken

  • Bovenste rij van je gegevensset: Voer labels in voor de X-as.
  • Kolom 1: Voer een naam in voor elke gegevensreeks (rij).
  • Overige cellen: Voer de gegevenspunten in die je wilt weergeven.

Vlak

Vlakdiagram

Gebruik een vlakdiagram om een of meer gegevensreeksen grafisch bij te houden, zoals wijzigingen in de waarden tussen gegevenscategorieën. Vlakdiagrammen zijn vergelijkbaar met lijndiagrammen, maar bevatten schaduw onder de lijnen.

vlakdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
Gestapeld vlakdiagram
Gebruik een gestapeld vlakdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden. 
gestapeld vlak

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom. 
100% gestapeld vlakdiagram
Gebruik een 100% gestapeld vlakdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden, waarbij het cumulatieve totaal niet belangrijk is.
100% gestapeld vlakdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
Getrapt vlakdiagram
Gebruik een getrapt vlakdiagram om een of meer gegevensreeksen met verticale en horizontale lijnen bij te houden, zoals wijzigingen in de waarden tussen gegevenscategorieën. Voor getrapte vlakdiagrammen worden nooit diagonale lijnen gebruikt.
getrapt vlakdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom. 
Gestapeld getrapt vlakdiagram
Gebruik een gestapeld getrapt vlakdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden. Een gestapeld getrapt vlakdiagram is een getrapt vlakdiagram waarin gerelateerde waarden op elkaar worden gezet.
gestapeld getrapt vlakdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
100% gestapeld getrapt vlakdiagram
Gebruik een 100% gestapeld getrapt vlakdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden, waarbij het cumulatieve totaal niet belangrijk is.
100% gestapeld getrapt vlakdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label in om de gegevens te beschrijven. Je kunt bijvoorbeeld datums of tijden invoeren.
  • Overige kolommen: Voer positieve numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.

Kolom

Kolomdiagram

Gebruik een kolomdiagram om een of meer categorieën of groepen van gegevens weer te geven, vooral als elke categorie subcategorieën bevat. Via de kolomhoogte kun je eenvoudig gegevens binnen groepen vergelijken. 

kolomdiagram

Je gegevens opmaken

Elke rij in je spreadsheet komt overeen met een andere kolom in het diagram.

  • Kolom 1: Voer een label of categorie in voor elke rij. Dit kunnen bijvoorbeeld landen of andere gegevenscategorieën zijn.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
Gestapeld kolomdiagram
Gebruik een gestapeld kolomdiagram om een of meer categorieën van gegevens weer te geven en aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden. 
gestapelde kolom

Je gegevens opmaken

In gestapelde kolomdiagrammen heeft elke categorie maar één kolom. Deze kolom bevat alle gegevens voor een label of categorie en biedt je inzicht in hoe de delen zich tot het geheel verhouden.

  • Kolom 1: Voer een label of categorie in voor elke rij. Dit kunnen bijvoorbeeld landen of andere gegevenscategorieën zijn.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
100% gestapeld kolomdiagram
Gebruik een 100% gestapeld kolomdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden, waarbij het cumulatieve totaal niet belangrijk is.

100% gestapeld kolomdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer een label of categorie in voor elke rij. Dit kunnen bijvoorbeeld landen of andere gegevenscategorieën zijn.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom. 
 

Staaf

Staafdiagram

Gebruik een staafdiagram om het verschil weer te geven tussen de gegevenspunten voor een of meer categorieën.

staafdiagram

Je gegevens opmaken

Elke rij in je spreadsheet vertegenwoordigt een andere staaf in het diagram.

  • Kolom 1: Voer een label of categorie in voor elke rij.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
Gestapeld staafdiagram
Gebruik een gestapeld staafdiagram om alle gegevens voor een label of categorie weer te geven in één staaf (in plaats van in meerdere staven). Deze diagrammen geven ook aan hoe de delen zich tot het geheel verhouden. 
gestapeld staafdiagram

Je gegevens opmaken

Elke rij in je spreadsheet vertegenwoordigt een andere staaf in het diagram.

  • Kolom 1: Voer een label of classificatie in voor elke rij.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.
100% gestapeld staafdiagram
Gebruik een 100% gestapeld staafdiagram om aan te geven hoe de delen zich tot het geheel verhouden, waarbij het cumulatieve totaal niet belangrijk is.
100% gestapeld staafdiagram

Je gegevens opmaken

Elke rij in je spreadsheet vertegenwoordigt een andere staaf in het diagram.

  • Kolom 1: Voer een label of classificatie in voor elke rij.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens en een naam (optioneel) in voor elke kolom.

Cirkel

2D-cirkeldiagram

Gebruik een 2D-cirkeldiagram (ook wel taartdiagram genoemd) om gegevens weer te geven als 'taartpunten' of percentages van een totaal.

cirkeldiagram

Je gegevens opmaken

Je gegevens moeten in twee kolommen van je spreadsheet zijn geplaatst.

  • Kolom 1: Voer een label in.
  • Kolom 2: Voer een numerieke waarde in voor dat label.

Labels weergeven voor diagramsegmenten

  1. Klik in het diagrammenu op het tabblad Aanpassen.
  2. Selecteer een optie onder Segment en wijzig de lettertypegrootte of de tekstkleur.
    • Percentage: Geef elk segment weer als percentage van het totaal.
    • Waarde: Geef het getal weer dat bij elk segment hoort (uit de rechterkolom).
    • Label: Geef de naam van elk segment weer (uit de linkerkolom).
    • Geen: De segmenten zijn leeg.

Je kunt ook de legenda verwijderen en legendalabels toevoegen aan diagramsegmenten.

  1. Open het diagrammenu.
  2. Klik op het tabblad Aanpassen.
  3. Klik op Legenda en vervolgens Gelabeld.
3D-cirkeldiagram
Gebruik een 3D-cirkeldiagram (ook wel taartdiagram genoemd) om gegevens weer te geven als 'taartpunten' of percentages van een totaal.
3D-cirkeldiagram

Je gegevens opmaken

Je gegevens moeten in twee kolommen van je spreadsheet zijn geplaatst.

  • Kolom 1: Voer een label in.
  • Kolom 2: Voer een numerieke waarde in voor dat label.

Labels weergeven voor diagramsegmenten

  1. Klik in het diagrammenu op het tabblad Aanpassen.
  2. Selecteer een optie onder Segment en wijzig de lettertypegrootte of de tekstkleur.
    • Percentage: Geef elk segment weer als percentage van het totaal.
    • Waarde: Geef het getal weer dat bij elk segment hoort (uit de rechterkolom).
    • Label: Geef de naam van elk segment weer (uit de linkerkolom).
    • Geen: De segmenten zijn leeg. 

Je kunt ook de legenda verwijderen en legendalabels toevoegen aan diagramsegmenten.

  1. Open het diagrammenu.
  2. Klik op het tabblad Aanpassen.
  3. Klik op Legenda en vervolgens Gelabeld.
Ringdiagram
Een ringdiagram is een type cirkeldiagram met een gat in het midden. Gebruik een ringdiagram om gegevens weer te geven als 'taartpunten' of percentages van een totaal.
ringdiagram

Je gegevens opmaken

Je gegevens moeten in twee kolommen van je spreadsheet zijn geplaatst.

  • Kolom 1: Voer een label in.
  • Kolom 2: Voer een numerieke waarde in voor dat label.

Labels weergeven voor diagramsegmenten

  1. Klik in het diagrammenu op het tabblad Aanpassen.
  2. Selecteer een optie onder Segment en wijzig de lettertypegrootte of de tekstkleur.
    • Percentage: Geef elk segment weer als percentage van het totaal.
    • Waarde: Geef het getal weer dat bij elk segment hoort (uit de rechterkolom).
    • Label: Geef de naam van elk segment weer (uit de linkerkolom).
    • Geen: De segmenten zijn leeg.

Je kunt ook de legenda verwijderen en legendalabels toevoegen aan diagramsegmenten.

  1. Open het diagrammenu.
  2. Klik op het tabblad Aanpassen.
  3. Klik op Legenda en vervolgens Gelabeld.

Opmerking: Als je de grootte van het gat wilt wijzigen, klik je in de diagrameditor op Aanpassen en vervolgens kies een grootte onder Ringgat.

Spreiding

Spreidingsdiagram

Gebruik een spreidingsdiagram om numerieke coördinaten langs de horizontale (X) en verticale (Y) as weer te geven. De gegevens in je spreadsheet worden als puntenwolk in een diagram weergegeven. Je kunt spreidingsdiagrammen gebruiken voor inzicht in trends en patronen tussen twee variabelen. Eén variabele wordt op de X-as weergegeven en de andere op de Y-as. Het is heel gebruikelijk om trendlijnen toe te voegen aan spreidingsdiagrammen. 

spreidingsdiagram

Je gegevens opmaken

Maak je gegevens op in twee of meer kolommen. Alle kolommen moeten numerieke gegevens bevatten.

  • Kolom 1: Voer de X-waarden in je diagram in.
  • Overige kolommen: Voer de Y-waarden in. Elke kolom met Y-waarden wordt als puntenwolk in het diagram weergegeven.
Bellendiagram

Gebruik een bellendiagram om gegevens met drie dimensies weer te geven. Dit type diagram is vergelijkbaar met een spreidingsdiagram waarin de eerste twee dimensies de horizontale (X) en verticale (Y) coördinaten zijn. Een bellendiagram heeft echter nog een derde dimensie die in het diagram wordt weergegeven als de grootte van de bel.

bellendiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer tekst in die labels voor de reeksen weergeeft.
  • Kolom 2: Voer een getal in waarmee wordt bepaald waar de bel langs de horizontale (X) as wordt weergegeven.
  • Kolom 3: Voer een getal in waarmee wordt bepaald waar de bel langs de verticale (Y) as wordt weergegeven.
  • Kolom 4: Voer tekst in waarmee de kleur van de bel wordt bepaald (elk woord krijgt een andere kleur).
  • Kolom 5: Voer een getal in waarmee de grootte van de bel wordt bepaald (hoe groter het getal, hoe groter de bel).

Geo

Geodiagram

Gebruik een geodiagram om een kaart weer te geven van een land, continent of regio. De waarden voor elke locatie worden met verschillende kleuren weergegeven.

kaartdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer de locatienamen of regiocodes in.
  • Kolom 2: Voer numerieke waarden in. De kleuren voor elke locatie worden donker of lichter op basis van de ingevoerde waarden.

Overige

Histogram

Gebruik een histogram om de verdeling van een gegevensset binnen verschillende verzamelingen weer te geven.

histogram

Je gegevens opmaken

Voor elke kolom worden de waarden uit alle rijen gegroepeerd in numerieke verzamelingen. In het histogram worden de waarden in elke verzameling weergegeven en geeft elke balk aan hoe vaak de waarde zich voordoet. De hoogte van elke staaf komt overeen met de opgetelde waarden. 

  • Kolom 1: Voer labels in voor je gegevensgroepen. Opmerking: Er is slechts één kolom met gegevens vereist.
  • Overige kolommen: Voer numerieke waarden in, waarbij elke waarde overeenkomt met items in een verdeling. 
Organigram

Gebruik een organigram om de relatie tussen leden van een bedrijf, een groep mensen of een stamboom weer te geven.

organigram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer alle groepsleden in.
  • Kolom 2: Voer de hiërarchische of hogere relatie van de leden in.
  • Kolom 3: Als je een tip wilt weergeven wanneer je je muis op elk knooppunt plaatst, voer je hier de tekst in.
Tabeldiagram

Gebruik een tabeldiagram om van je spreadsheettabel een diagram te maken dat kan worden gesorteerd en in pagina's kan worden ingedeeld. Tabeldiagrammen worden vaak gebruikt om een dashboard te maken in Google Spreadsheets of om een diagram in een website in te sluiten.


Wanneer je de tabel weergeeft, kun je via het toetsenbord of met de muis afzonderlijke rijen kiezen. Door op de kolomkoppen te klikken kun je afzonderlijke kolommen sorteren. Als je tabel groot is, blijft de koprij staan terwijl je scrolt.

tabeldiagram

Je gegevens opmaken

  • De gegevensopmaak is flexibel en aanpasbaar, maar de gegevens binnen een kolom moeten wel consequent zijn.
  • De gegevens van een kolom moeten op dezelfde manier worden opgemaakt. Als je verschillende gegevensopmaak gebruikt in een kolom, wordt de tabel niet correct weergegeven.
Tijdlijn met notities

Gebruik een tijdlijn met notities om een interactief lijndiagram voor tijdreeksen weer te geven met de mogelijkheid om notities toe te voegen. Je kunt een of meerdere lijnen in het diagram weergeven.

tijdlijndiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer de datum in (eventueel ook de tijd).
  • Overige kolommen: Voer numerieke waarden, titels en notities in. De waarden in de numerieke kolom worden op de verticale (Y) as weergegeven voor de bijbehorende tijd in de eerste kolom.
    • Elke numerieke kolom kan worden gevolgd door een of twee optionele kolommen met tekst.
    • De teksten in de eerste kolom (na een numerieke kolom) zijn de titels van je notities. De tweede kolom met tekst is de notitie zelf.
Sparklines

Gebruik een sparkline om een of meer categorieën van gegevens weer te geven en te vergelijken, zoals een bepaalde periode. Een sparkline lijkt op een lijndiagram met het verschil dat gegevensregels op afzonderlijke assen worden uitgezet die op elkaar zijn gestapeld.

Ga voor meer informatie over de functie SPARKLINE naar de Help-documentatie voor functies.

sparkline

Je gegevens opmaken

  • Elke kolom van de spreadsheet moet numerieke gegevens bevatten. Er is geen limiet voor het aantal kolommen dat kan worden weergegeven.
  • Als je je gegevens makkelijker wilt bijhouden, kun je elke kolom in de spreadsheet een label geven. 
Bewegingsdiagram

Opmerking: Na augustus 2017 kun je dit diagram niet meer aanpassen of iets hieraan toevoegen. Dit diagram wordt in december 2017 uit Google Spreadsheets verwijderd.

Gebruik een bewegingsdiagram om informatie weer te geven over verschillende indicatoren in de loop van de tijd. Op basis van de gegevens in je spreadsheet kun je gegevenscategorieën combineren en binnen één diagram diverse bewegingsdiagrammen maken.

bewegingsdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer de objectnamen in die je wilt bijhouden.
  • Kolom 2: Voer de datumwaarden in. Dit kunnen jaargetallen zijn, dag/maand/jaar-combinaties, weeknummers of kwartalen.
  • Overige kolommen: Voer numerieke of tekstgegevens in. Tekstgegevens kunnen bijvoorbeeld een indicatie zijn van het weer op een bepaalde dag, bijvoorbeeld 'bewolkt', 'regenachtig' of 'onbewolkt', of de naam van de huidige CEO als het om bedrijfsgegevens gaat. Kolommen met numerieke gegevens zijn beschikbaar op de X-, Y-, Kleur- en Grootte-assen, terwijl kolommen met tekst alleen worden weergegeven in het dropdownmenu voor Kleur.
Boomdiagram

Gebruik een boomdiagram om een gegevensboom weer te geven waarin objecten zijn geordend aan de hand van bovenliggende en onderliggende hiërarchieën.

boomdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer de naam in van een object in je hiërarchie.
  • Kolom 2: Voer de naam in van het bovenliggende object van het object. Elk bovenliggend object moet ook in de eerste kolom zichtbaar zijn.
  • Kolom 3: Voer een positieve numerieke waarde in van het object. Hiermee wordt de grootte van de rechthoek bepaald. Deze kolom kan leeg zijn voor entiteiten met onderliggende entiteiten, omdat de waarde van een bovenliggende entiteit wordt berekend door de waarden van de onderliggende entiteiten samen te nemen.
  • Kolom 4 (optioneel): Voer een numerieke waarde in voor de kleur van de rechthoek. De waarden in de vierde kolom worden niet samengevoegd en kunnen negatief zijn.

Kleuren of het aantal niveaus wijzigen

Nadat je een boomdiagram aan je spreadsheet hebt toegevoegd, kun je dit aanpassen om het volgende te doen:

  • De kleur wijzigen die op de kaart wordt weergegeven.
  • Het aantal niveaus selecteren dat moet worden weergegeven in je diagram.
Graadmeters

Gebruik een graadmeter om numerieke waarden of metingen binnen een bereik weer te geven. Elke waarde produceert een graadmeter, zodat je metingen kunt vergelijken.

meterdiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1: Voer het label van de graadmeter in één kolom in.
  • Kolom 2: Voer de respectievelijke numerieke waarden in.
Kandelaardiagram

Gebruik een kandelaardiagram om een openings- en slotwaarde weer te geven die over de totale variantie heen ligt, zoals wijzigingen in aandeelwaarden. Items waarvan de openingswaarde lager is dan de slotwaarde (een toename) worden weergegeven als ingevulde rechthoeken. Items waarvan de openingswaarde hoger is dan de slotwaarde (een afname) worden weergegeven als lege rechthoeken.

kandelaardiagram

Je gegevens opmaken

In elke rij wordt één markering van het dikke gedeelte van de 'kaars' weergegeven.

  • Kolom 1: Voer een label in voor de horizontale (X) as.
  • Kolom 2: Voer een getal in voor de laagste of minimumwaarde. Dit vormt de basis van de middenlijn van de kaars.
  • Kolom 3: Voer een getal in voor de openings- of beginwaarde. Dit vormt één verticale rand van de kaars. Als deze waarde minder is dan de waarde in kolom 4, wordt de kaars gevuld, anders blijft deze leeg.
  • Kolom 4: Voer een getal in voor de slot- of eindwaarde. Dit vormt de tweede verticale rand van de kaars. Als deze waarde minder is dan de waarde in kolom 3, blijft de kaars leeg, anders wordt deze gevuld.
  • Kolom 5: Voer een getal in voor de hoogste of maximumwaarde. Deze vormt de top van de middenlijn van de kaars.
Radardiagram

Gebruik een radardiagram om een of meer variabelen weer te geven in een tweedimensionaal diagram, met één spaak voor elke variabele. Alle gegevenspunten uit je spreadsheet worden langs elke spaak via een lijn met elkaar verbonden.

radardiagram

Je gegevens opmaken

  • Kolom 1 (optioneel): Voer kwalitatieve gegevens in die de 'graad'-labels langs de buitenste cirkel vervangen.
  • Overige kolommen: Voer numerieke gegevens in die als de gegevenspunten langs elke spaak dienen.

Mary is expert op het gebied van Documenten en Drive en auteur van deze Help-pagina. Kies een van de onderstaande opties om haar te laten weten wat je van deze pagina vindt.

Was dit artikel nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?