Referentie User ID

In dit artikel vindt u informatie over het volgende:

Overzicht

Gebruikers kunnen uw website of app op verschillende apparaten gebruiken, zoals de internetbrowser op een pc, de browser op een mobiel apparaat of via een mobiele app. Analytics wijst aan elk apparaat standaard een unieke client-ID en beschouwt elke unieke client-ID in uw rapporten als unieke gebruiker. Via User ID kunnen de interacties van een gebruiker worden gemeten die op verschillende apparaten plaatsvinden, zoals de toewijzing van een interactie met een marketingcampagne op het ene apparaat aan een conversie op het andere apparaat, of deduplicatie van unieke gebruikers op verschillende apparaten.

De functie voor User ID's omvat:

  • Het veld userId, dat kan worden ingesteld op een stabiele, niet-persoonlijke ID voor een unieke gebruiker.
  • Rapporten over verschillende apparaten die inzicht geven in het gedrag en het conversiepad op verschillende apparaten.

Wanneer User ID's worden verzonden met Analytics-hits in het veld userId, geven uw rapporten een nauwkeurigere telling weer van de unieke gebruikers en worden meer opties geboden voor rapportage over verschillende apparaten.

In dit artikel wordt beschreven hoe u User ID's kunt configureren en naar Analytics kunt sturen en hoe User ID-gegevens worden verwerkt en gerapporteerd in uw weergaven waarvoor User ID is ingeschakeld.

Configuratie

Voordat u User ID's naar Google Analytics stuurt, moet u ten minste één rapportageweergave inschakelen voor User ID.

Als u een weergave inschakelt voor User ID, heeft dat twee gevolgen voor die weergave:

  1. Nieuwe en unieke gebruikers worden berekend op basis van unieke User ID's in plaats van unieke client-ID's.
  2. Rapporten die de User ID gebruiken, worden ingeschakeld in die weergave.
Waarschuwing: Als u de functie User ID eenmaal voor een weergave heeft ingeschakeld, kunt u de functie niet meer uitschakelen. De betreffende weergave geeft alleen hits weer waarvoor het veld userId is ingesteld.

Verzameling

Wanneer een gebruiker bekend is bij uw website of app, moet u een ID voor die gebruiker met alle Analytics-hits verzenden, zoals paginaweergaven, gebeurtenissen, e-commercetransacties, enzovoort. Gebruik daarvoor het veld userId.

Het is aan u om de ID's op te geven. ID's worden meestal gegenereerd door een authenticatiesysteem dat aan elke ingelogde gebruiker een unieke, stabiele ID toekent. ID's moeten de volgende kenmerken hebben:

  • Niet persoonlijk identificeerbaar
  • Uniek voor een gebruiker van uw service of app
  • Geldig voor een ingelogde gebruiker op alle apparaten

Voor meer informatie over hoe u userId in een bepaalde omgeving instelt, raadpleegt u de ontwikkelaarshandleiding voor API's en SDK's voor verzameling voor uw specifieke bibliotheek.

Verwerking

Analytics-hits, zoals paginaweergaven, gebeurtenissen of transacties waarvoor het veld userId is ingesteld, worden gescheiden verwerkt van niet-userId-hits en zijn alleen zichtbaar in weergaven die zijn ingeschakeld voor User ID.

Als een User ID bijvoorbeeld halverwege een bestaande Analytics-sessie wordt ingesteld, begint de sessie met de eerste hit waarvoor de User ID is ingeschakeld.

In weergaven (profielen) zonder User ID zou de gehele sessie worden gerapporteerd, ongeacht de informatie in het veld userId.

In profielen waarvoor User ID is ingeschakeld, worden alleen sessies gerapporteerd waarin het veld userId is ingesteld

Rapportage

Na verwerking zijn sessiegegevens waarvoor userId is ingesteld, beschikbaar voor weergaven (profielen) waarvoor User ID is ingeschakeld in rapporten over verschillende apparaten. Hoewel de sessiegegevens beschikbaar zijn via de Core Reporting API, is het veld userId niet beschikbaar als dimensie in rapporten en kan het niet worden geëxporteerd vanuit Analytics.

Statistieken met betrekking tot nieuwe en unieke gebruikers zijn in deze weergaven ook gebaseerd op User ID. In weergaven waarvoor User ID niet is ingeschakeld, worden deze statistieken berekend aan de hand van unieke clientIds.

Opmerking: Rapporten over verschillende apparaten hebben een maximumperiode van 90 dagen.

Client-ID versus User ID

In onderstaande tabel worden de verschillen tussen Client-ID en User ID samengevat:

  Client-ID User ID
Waar staat de ID voor? Een pseudoniem apparaat of pseudonieme browserinstantie. Eén gebruiker, zoals een ingelogd gebruikersaccount, die de content op een of meer apparaten en/of browsers interactief kan gebruiken.
Hoe wordt de ID ingesteld? Willekeurig gegenereerd en automatisch verzonden met alle hits door de bibliotheken van Analytics. U moet uw eigen userIds instellen en verzenden met uw Analytics-hits.
Hoe wordt de ID gebruikt bij het berekenen van unieke gebruikers? In een weergave waarvoor User ID niet is ingeschakeld, wordt de client-ID gebruikt om unieke gebruikers te berekenen. In een weergave waarvoor User ID is ingeschakeld, wordt de User ID gebruikt om unieke gebruikers te berekenen.

Limieten

De volgende limieten zijn op dit moment van toepassing op de functie User ID:

  • Rapporten over verschillende apparaten die zijn ingeschakeld door de functie User ID, hebben een maximumperiode van 90 dagen.
  • De waarde User ID kan niet worden opgevraagd als dimensie in rapporten in de webinterface of de API's.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?