Praktische tips voor inhoudsgroepen

In Analytics kunt u een weergave maken waarin u filters kunt toepassen om URL's te hernoemen. Aangezien met deze aanpak de URL in die weergave permanent wordt vervangen, ziet u uw gegevens alleen in de gewijzigde indeling en kunt u vanuit de weergave van de groep geen afzonderlijke pagina's bekijken.

Een aanvullende beperking van deze benadering is het gevolg van de groeperingsmethode. Vaak is de bouw van de URL zelf niet voldoende om te zien aan welke conceptgroep u de inhoud wilt toewijzen. Sommige content management-systemen geven bijvoorbeeld alle URL's op een bijna identieke manier weer, waarbij alleen de ID-nummers van de inhoud verschillen. In deze gevallen lijken de URL's zoveel op elkaar dat zelfs een gefilterde weergave ze niet goed kan groeperen. In deze gevallen kunt u het beste inhoud toewijzen via de trackingcode.

Als u eerder gefilterde weergaven heeft gebruikt om inhoudsgroepen te simuleren, kunt u overwegen in plaats daarvan de nieuwe functie voor inhoudsgroepen in te stellen. Zodra u 'Inhoudsgroepen' heeft ingeschakeld, maakt u een alternatieve weergave voor uw gegevens zonder dat daarop de oude groeperingsfilters zijn toegepast. Het is een goed idee de oude gefilterde weergaven te behouden voor vergelijking met de historische gegevens.

Bij alle drie de methodes is het mogelijk inhoud in meerdere groepen op te nemen. Wanneer u de trackingcode gebruikt, kunt u echter slechts vijf groepen met inhoud opnemen (indexnummers 1-5). Als u bij een volgende treffer hetzelfde indexnummer dan opnieuw oproept, heeft de latere oproep voorrang.

Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?