Over gebeurtenissen

Gebruik Gebeurtenissen om gegevens over interacties met uw content te verzamelen.

Gebeurtenissen zijn gebruikersinteracties met content op een webpagina of een scherm die afzonderlijk kunnen worden bijgehouden. Downloads, klikken op mobiele advertenties, gadgets, Flash-elementen, ingesloten AJAX-elementen en weergaven van video-content zijn voorbeelden van acties die u als gebeurtenissen kunt bijhouden.

In dit artikel vindt u informatie over het volgende:

Gebeurtenisgegevens weergeven

U moet de code voor het bijhouden van gebeurtenissen toevoegen aan uw site of app om gegevens in uw rapport 'Gebeurtenissen' te kunnen zien. Lees Gebeurtenissen bijhouden instellen. Ga als volgt te werk om gebeurtenisrapporten weer te geven:

  1. Log in op uw Google Analytics-account.
  2. Ga naar uw dataweergave.
  3. Selecteer het tabblad Rapportage.
  4. Selecteer Gedrag > Gebeurtenissen.

Anatomie van gebeurtenissen

Een gebeurtenis bestaat uit de volgende componenten. Een gebeurtenistreffer bevat waarden voor alle componenten en deze waarden worden weergegeven in uw rapporten.

  • Categorie
  • Actie
  • Label (optioneel, maar aanbevolen)
  • Waarde (optioneel)

U zou bijvoorbeeld een knop 'afspelen' voor het afspelen van video's op uw site kunnen instellen zodat deze een gebeurtenistreffer verstuurt met de volgende waarden:

  • Categorie: 'Video's'
  • Actie: 'Afspelen'
  • Label: 'Baby's eerste verjaardag'

Categorie

Een categorie is een door u opgegeven naam voor een groep objecten die u wilt bijhouden. Doorgaans gebruikt u dezelfde categorienaam meerdere keren voor gerelateerde UI-elementen die u in een bepaalde categorie wilt groeperen.

Stel dat u tevens wilt bijhouden hoe vaak de video wordt gedownload. U kunt de volgende componenten gebruiken:

  • Categorie: 'Video's'
  • Actie: 'Gedownload'
  • Label: 'Gone With the Wind'

In dit geval bevatten uw rapporten slechts één categorie (Video's) en kunt u verzamelde statistieken bekijken voor de gebruikersinteractie met de volledige set elementen van dat ene video-object.

Maar wellicht wilt u meerdere objecten bijhouden met de functie 'Gebeurtenissen bijhouden'. Daarom is het een goed idee om voordat u de aanroep implementeert, na te denken over hoe u uw rapportage wilt categoriseren. U kunt bijvoorbeeld alle afzonderlijke films bijhouden onder de hoofdcategorie 'Video's' zodat u totaalcijfers ontvangt voor alle video-interacties, ongeacht de video waarmee gebruikers interacties uitvoeren.

U zou daarentegen ook afzonderlijke categorieën kunnen maken gebaseerd op het type video: één voor filmvideo's en één voor muziekvideo's. U zou ook een afzonderlijke categorie kunnen maken voor videodownloads:

  • Video's - Films
  • Video's - Muziek
  • Downloads

In dit scenario kunt u het totale aantal gebeurtenissen voor alle drie categorieën in uw rapporten bekijken. De statistiek Totaal aantal gebeurtenissen geeft het totale aantal gebeurtenissen weer voor alle categorieën die u bij de implementatie van de functie 'Gebeurtenissen bijhouden' heeft opgegeven. U kunt echter geen gecombineerde statistieken voor alle video's uit 'Downloads' afzonderlijk bekijken, omdat gedetailleerde gebeurtenisstatistieken worden gecombineerd onder hun respectievelijke categorieën.

Hoewel het objectmodel voor het bijhouden van gebeurtenissen volledig flexibel is, moet u eerst uw gewenste rapportagestructuur plannen voordat u uw categorienamen kiest. Als u van plan bent dezelfde categorienaam op meerdere locaties te gebruiken, moet u er wel voor zorgen dat u steeds de juiste naam gebruikt voor de categorie. Als u uw categorie voor het bijhouden van video's bijvoorbeeld 'Video' noemt, die naam later vergeet en de meervoudsvorm 'Video's' gebruikt, heeft u twee verschillende categorieën voor het bijhouden van video's. Als u besluit de categorienaam te wijzigen van een object dat al onder een andere naam wordt bijgehouden, worden de historische gegevens voor de oorspronkelijke categorie niet opnieuw verwerkt. Statistieken voor hetzelfde webpagina-element worden dan vermeld in twee categorieën in de rapportinterface.

Acties

Meestal zult u de actieparameter gebruiken om het type gebeurtenis of interactie dat u wilt bijhouden voor een bepaald webpaginaobject een naam te geven. Zo kunt u met deze parameter voor één categorie 'Video's' een aantal specifieke gebeurtenissen bijhouden, zoals:

  • het tijdstip waarop de video volledig is geladen,
  • klikken op de knop 'Afspelen',
  • klikken op de knop 'Stoppen',
  • klikken op de knop 'Onderbreken'.

Net als bij categorieën, bepaalt u zelf de naam van een actie, maar houd hierbij rekening met twee belangrijke functies van hoe een gebeurtenisactie in de rapporten wordt gebruikt:

  • Alle acties worden onafhankelijk van hun bovenliggende categorie vermeld. Zo kunt u gemakkelijker de gebeurtenisgegevens voor uw rapporten segmenteren.
  • Een unieke gebeurtenis wordt bepaald door een unieke actienaam. U kunt in categorieën dubbele actienamen gebruiken, maar dat kan invloed hebben op de manier waarop unieke gebeurtenissen worden berekend. Lees de onderstaande suggesties en het gedeelte 'Impliciete telling' voor meer details.

Houd voor een optimale rapportage rekening met de volgende suggesties voor het gebruik van acties:

  • Actienamen moeten relevant zijn voor uw rapportgegevens. In het bijhouden van gebeurtenissen worden statistieken voor dezelfde actienaam in twee verschillende categorieën gecombineerd. Als u bijvoorbeeld de actienaam 'Klik' gebruikt voor zowel de categorie 'Downloads' als de categorie 'Video's', worden de statistieken voor 'Klik' in het rapport 'Belangrijkste acties' weergegeven voor alle interacties die met die naam zijn getagd. Vervolgens kunt u in het volgende rapportniveau een gedetailleerd overzicht van de actie 'Klik' per categorie bekijken. Als u de actie 'Klik'' echter willekeurig in de implementatie van het bijhouden van gebeurtenissen gebruikt, worden de gegevens met betrekking tot dat segment minder bruikbaar in de rapporten. Kies actienamen die betrekking hebben op uw gegevenscategorieën als u het bijhouden van gebeurtenissen op uw website veel wilt gaan gebruiken. U kunt bijvoorbeeld de term 'klik' voor gadgetinteracties reserveren en de actietermen 'Afspelen', 'Onderbreken' en 'Stoppen' voor interacties met de videospeler.
  • Gebruik actienamen globaal om gebruikersinteracties te kunnen verzamelen of te onderscheiden. Zo kunt u 'Afspelen' gebruiken als actienaam in de categorie 'Video's' voor alle video's op uw website. In dit model worden in het rapport 'Belangrijkste acties' de verzamelde gegevens getoond voor gebeurtenissen voor de actie 'Afspelen'. U kunt deze gebeurtenis voor uw video's vergelijken met andere gebeurtenissen voor de video's, zoals 'Onderbreken' en 'Stoppen'.

    Stel echter dat u één videocategorie voor uw rapporten wilt gebruiken, maar informatie wilt over twee verschillende videospeler-gebruikersinterfaces. U kunt de actienaam gebruiken om de twee verschillende Chrome-interfaces van elkaar te onderscheiden zonder dat u daarvoor afzonderlijke videocategorieën hoeft te maken. In het rapport worden de twee spelerinterfaces vervolgens van elkaar onderscheiden zonder dat het voordeel verloren gaat van verzamelde gegevens over alle video's op uw website.

    Categorie: 'Video's'; Actie: Afspelen - Mac Chrome'
    Categorie: 'Video's'; Actie: Afspelen - Windows Chrome'
  • Actie betekent niet altijd 'actie'. U kunt elke tekenreeks voor de actie opgeven. In sommige situaties is de gebeurtenis of actienaam zelf niet specifiek genoeg. Daarom zou u de actieparameter kunnen gebruiken om andere elementen bij te houden. Als u bijvoorbeeld paginadownloads wilt bijhouden, kunt u het documentbestandstype opgeven als de actieparameter voor de downloadgebeurtenis. In dit scenario worden de rapporten voor de categorie 'Downloads' uitgesplitst naar bestandstype (pdf, doc, xls).
  • Unieke gebeurtenissen worden geregistreerd na unieke acties. Steeds wanneer een gebruiker interactie heeft met een object dat is getagd met een bepaalde actienaam, wordt de aanvankelijke interactie geregistreerd als één unieke gebeurtenis voor die actienaam. Elke extra interactie met dezelfde actietrigger in die sessie van de gebruiker, telt niet als een unieke gebeurtenis voor die bepaalde actie. Dit geldt ook wanneer de gebruiker dit object verlaat en een interactie begint met een ander object dat via dezelfde actienaam is getagd.

    Dit heeft twee belangrijke gevolgen voor de rapporten. Om te beginnen, stel dat een gebruiker een actie 'Afspelen' uitvoert op twee unieke videospelers die met afzonderlijke categorieën zijn getagd. In het rapport 'Belangrijkste acties' voor 'Afspelen' wordt één unieke gebeurtenis vermeld hoewel de gebruiker op twee unieke spelers een actie heeft uitgevoerd. Ten tweede vermeldt het rapport 'Actie' van elke categorie één unieke actie, omdat er daadwerkelijk één unieke gebeurtenis per categorie/actiepaar heeft plaatsgevonden. Lees 'Impliciete telling' voor meer informatie.

Labels

Met labels kunt u aanvullende informatie opgeven over gebeurtenissen die u wilt bijhouden, zoals de filmtitel in de videovoorbeelden hierboven, of de naam van een bestand wanneer u downloads bijhoudt.

  • Categorie: 'Downloads'
  • Actie: 'PDF'
  • Label: '/verkoopFomulieren/bestelFormulier1.pdf"

Net als de categorieën en acties, worden ook de labels die u maakt weergegeven in een rapport. Het label is een soort van aanvullende rapportagedimensie voor de gebruikersinteractie met paginaobjecten. Stel u heeft vijf videospelers op uw pagina waarvan u de interactie wilt bijhouden. Elk van deze spelers kan de categorie 'Video's' met de actie 'Afspelen' gebruiken, maar elke speler kan ook een afzonderlijk label hebben (zoals de filmtitel) zodat deze als aparte elementen in het rapport worden vermeld.

  • Categorie: 'Video's', Actie: 'Afspelen', Label: 'Gone With the Wind'
  • Categorie: 'Video's', Actie: 'Afspelen', Label: 'Huckleberry Finn'

Waarde

De component 'Waarde' onderscheidt zich van andere componenten doordat het een geheel getal betreft, in plaats van een tekenreeks. Gebruik de component 'Waarde' daarom om een numerieke waarde toe te wijzen aan een bijgehouden paginaobject. U kunt deze component bijvoorbeeld gebruiken om de tijd in seconden aan te geven die een speler nodig heeft om te laden, of om een waarde in euro's te activeren wanneer een specifieke afspeelmarkering is bereikt op een videospeler.

Categorie: 'Video's', Actie: 'Videolaadtijd', Label: 'Gone With the Wind', Waarde: downloadTijd

De waarde wordt geïnterpreteerd als een getal en in het rapport worden de waardetotalen opgeteld op basis van elke gebeurtenistelling (zie 'Impliciete telling' hieronder). Het rapport bepaalt tevens de gemiddelde waarde voor de categorie. In het voorbeeld hierboven wordt de gebeurtenis aangeroepen voor de actie 'Videolaadtijd' wanneer het laden van de video is voltooid. De naam van de video wordt als label opgegeven en de berekende laadtijd wordt gegenereerd voor elke videodownload. Vervolgens kunt u de gemiddelde laadtijd bepalen van alle acties 'Videolaadtijd' voor de categorie 'Video's'. Stel dat u 5 unieke downloads heeft gehad van uw websitevideo's met de volgende downloadtijden in seconden:

  • 10
  • 25
  • 8
  • 5
  • 5
In uw rapporten worden deze dan als volgt berekend, waarbij de getallen in dit voorbeeld de downloadtijd in seconden voorstellen:
  • Bezoeken met gebeurtenissen: 5
  • Waarde: 53
  • Gemiddelde waarde: 10,6

Negatieve gehele getallen worden niet ondersteund.

Non-interactiegebeurtenissen

De term 'non-interactie' is van toepassing op de uiteindelijke en de optionele booleaanse parameter die kan worden doorgegeven aan de methode waarmee de gebeurtenistreffer wordt verzonden. Aan de hand van deze parameter kunt u bepalen hoe het bouncepercentage moet worden gedefinieerd voor pagina's op uw site waarop tevens gebeurtenissen worden bijgehouden. Stel dat u een startpagina heeft waarop een video is ingesloten. Uiteraard wilt u graag het bouncepercentage van uw startpagina weten, maar hoe definieert u dat? Beschouwt u interactie van bezoekers met de video op de startpagina als een belangrijk signaal van betrokkenheid? Als dat het geval is, wilt u dat interactie met de video wordt meegenomen in de berekening van het bouncepercentage, zodat sessies op uw startpagina met klikken op de video, niet als bounces worden beschouwd. Maar misschien geeft u de voorkeur aan een wat striktere berekening van het bouncepercentage van uw startpagina, waarbij u het percentage sessies kunt achterhalen dat uitsluitend op uw startpagina plaatsvindt, ongeacht eventuele klikken op de video. In dat geval wilt u niet dat interacties met de video medebepalend zijn bij de berekening van het bouncepercentage.

Dan gebruikt u de optionele non-interactieparameter. Vergeet niet dat een bounce een sessie is die slechts één interactietreffer bevat. Standaard wordt de gebeurtenistreffer beschouwd als een interactietreffer en wordt deze dus meegenomen in de berekening van het bouncepercentage. Wanneer deze waarde echter wordt ingesteld op 'true' (waar), wordt het type 'gebeurtenistreffer' niet beschouwd als een interactietreffer. Zo kunt u bouncepercentageberekeningen aanpassen voor pagina's die gebeurtenissen bevatten. Wanneer u deze waarde op 'true' instelt, houdt dat het volgende in: een sessie op één pagina die wordt getagd met non-interactiegebeurtenissen, wordt geteld als een bounce, zelfs al activeert de bezoeker ook de gebeurtenis tijdens de sessie. Als u deze optie echter niet gebruikt, wordt een sessie op één pagina waarop gebeurtenissen worden bijgehouden, niet als bounce geteld als de bezoeker tijdens dezelfde sessie tevens de gebeurtenis activeert.

Impliciete telling

Wanneer u gebeurtenissen bijhoudt, wordt elke interactie met een webpaginaobject dat wordt bijgehouden, geteld en gekoppeld aan een bepaalde gebruikerssessie. In de rapporten wordt het 'Totaal aantal gebeurtenissen' berekend als het totale aantal interacties met een webpaginaobject dat wordt bijgehouden.

Als een bepaalde gebruiker vijfmaal op dezelfde videoknop klikt, is het totale aantal gebeurtenissen dat gekoppeld is aan de video 5. Het totale aantal unieke gebeurtenissen is 1.

De volgende tabel laat zien hoe gegevens voor een bepaalde gebeurteniscategorie worden verzameld in de rapportinterface. In dit voorbeeld wordt dezelfde categorienaam aangeroepen vanaf twee afzonderlijke videospelers, elke met een eigen label. Deze spelers delen de acties 'Afspelen' en 'Stoppen', zoals geprogrammeerd in de Flash-gebruikersinterface voor de videospeler.

Gebeurtenissen bijhouden voor de categorie 'Video's'

Actie Label:'Gone With the Wind' Label:'Mr Smith Goes to Washington' Totalen
Afspelen 10 bezoeken met gebeurtenis 5 bezoeken met gebeurtenis 15 unieke gebeurtenissen 'Afspelen'
Onderbreken 2 bezoeken met gebeurtenis 8 bezoeken met gebeurtenis 10 unieke gebeurtenissen 'Onderbreken'
Stoppen 2 bezoeken met gebeurtenis 3 bezoeken met gebeurtenis 5 unieke gebeurtenissen 'Stoppen'
Totalen 14 unieke gebeurtenissen voor GWTW 16 unieke gebeurtenissen voor Mr Smith 30 unieke gebeurtenissen voor categorie 'video's'

Implementatieoverwegingen

Houd rekening met het volgende wanneer u het bijhouden van gebeurtenissen implementeert.

Impact van het bouncepercentage

In het algemeen wordt een 'bounce' omschreven als een bezoek waarbij slechts één pagina van uw site wordt geladen. In Analytics wordt een bounce specifiek berekend als een sessie waarin slechts één GIF-verzoek wordt geactiveerd, zoals wanneer een gebruiker één pagina op uw website bezoekt en vervolgens de website verlaat zonder voor die sessie enig ander verzoek aan de Analytics-server te veroorzaken. Als u echter 'Gebeurtenissen bijhouden' voor uw site implementeert, zult u wellicht een verandering in het bouncepercentage zien voor de pagina's waarop gebeurtenissen worden bijgehouden. De reden hiervoor is dat het bijhouden van gebeurtenissen net als het bijhouden van pagina's wordt geclassificeerd als een interactieverzoek.

Stel dat u een pagina met een videospeler heeft die een historisch hoog bouncepercentage heeft en dat u voor deze pagina de functie 'Gebeurtenissen bijhouden' niet heeft geïmplementeerd. Als u vervolgens 'Gebeurtenissen bijhouden' instelt voor de speler, zult u mogelijk een daling van het bouncepercentage waarnemen voor die pagina omdat Analytics gebruikersinteracties met de speler vastlegt en die interacties als extra GIF-verzoeken naar de server verzendt. Hoewel hetzelfde percentage bezoekers van de pagina mogelijk dus nog steeds de pagina verlaat zonder een andere pagina op uw website te hebben bekeken, activeert hun interactie met de videospeler aanroepen voor het bijhouden van gebeurtenissen, waardoor hun bezoek niet langer als bounce geldt.

Zo betekent een bounce voor uw pagina's waarop gebeurtenissen bijhouden is ingeschakeld iets anders: een bezoek op één pagina zonder gebruikersinteractie die aanroepen voor het bijhouden van gebeurtenissen veroorzaken.

Houd er rekening mee dat elke automatische implementatie van de functie 'Gebeurtenissen bijhouden' wanneer een pagina wordt geladen, resulteert in een bouncepercentage van nul voor die pagina.

Limiet van het aantal gebeurtenissen per sessie

De eerste tien gebeurtenistreffers die naar Google Analytics worden verzonden, worden onmiddellijk bijgehouden. Daarna geldt een limiet voor het bijhouden van één gebeurtenistreffer per seconde.

Wanneer het aantal gebeurtenissen in een sessie de verzamelingslimiet bereikt, worden daaropvolgende gebeurtenissen mogelijk niet bijgehouden. Om die reden moet u het volgende vermijden:

  • een script voor een video schrijven dat ervoor zorgt dat een gebeurtenis wordt verzonden voor elke seconde dat de video wordt afgespeeld, en andere zich veel herhalende gebeurtenistriggers,
  • excessief bijhouden van muisbewegingen,
  • time-lapse-mechanismen die veel gebeurtenistellingen genereren.

Praktische tips

Het flexibele ontwerpmodel voor het bijhouden van gebeurtenissen kan door u naar wens worden aangepast, zodat het veel meer kan dan het algemene model voor het bijhouden van door gebruikers geactiveerde gebeurtenissen. Daarom is het voor nuttige rapporten voor het bijhouden van gebeurtenissen samenwerking met de gebruikers van uw rapporten en een goede rapportplanning vereist.

  • Bepaal vooraf alle elementen waarvoor u gegevens wilt bijhouden. Zelfs als u aanvankelijk slechts één object op uw website bijhoudt, zal een algemeen idee van de verschillende objecten en/of gebeurtenissen die u wilt bijhouden u helpen een rapportstructuur op te bouwen die goed is voorbereid op een toename in het aantal en type bij te houden gebeurtenissen.
  • Werk samen met de uw rapportgebruiker aan het plannen van uw rapporten voor het bijhouden van gebeurtenissen. Als u van tevoren weet hoe de rapporten eruit moeten zien, wordt aan de hand daarvan de structuur van de implementatie van het bijhouden van gebeurtenissen bepaald. Als de rapporten bijvoorbeeld uitsluitend de interactie met de videogeberuikersinterface hoeven te laten zien, ziet de structuur van uw categorieën er heel anders uit dan wanneer de rapporten andere Flash-gebruikersinterfaces moeten bijhouden zoals menu's, ingesloten gadgets en laadtijden. Bovendien kunt u de rapportgebruiker informeren over de verschillende trackingmogelijkhden die de functie 'Gebeurtenissen bijhouden' biedt, zodat deze optimaal kan profiteren van uw implementatie. Zo is de rapportgebruiker mogelijk geïnteresseerd in het bijhouden van gebruikersgedrag op een Flash-video-interface, maar misschien ook in het bijhouden van de wachttijd voor de laadtijd van de video. In dat geval kunt u zinvolle namen plannen voor uw gebeurtenisaanroepen.
  • Gebruik consistente en duidelijke naamgevingsregels. Wanneer u de functie 'Gebeurtenissen bijhouden' implementeert, worden alle namen die u opgeeft voor categorieën, acties en labels weergegeven in de rapportinterface. Bovendien wordt een categorie/actie-paar beschouwd als een uniek element in de rapportstatistieken, dus bepaal eerst hoe uw statistieken moeten worden berekend voor alle objecten die tot eenzelfde categorie behoren.

Hoe nuttig is dit artikel:

Feedback is geregistreerd. Hartelijk dank.
  • Helemaal niet nuttig
  • Niet erg nuttig
  • Een beetje nuttig
  • Erg nuttig
  • Uitermate nuttig