Dit artikel maakt deel uit van de handleiding voor de migratie van Universal Analytics naar Google Analytics 4. Bekijk de inhoudsopgave van de migratiehandleiding.

[UA→GA4] Gegevensverzameling voor e-commerce overzetten van UA naar GA4

Praktische tips waarmee u gegevensverzameling voor e-commerce kunt instellen in Google Analytics 4-property's
Dit artikel is bedoeld voor website-eigenaren die e-commercegegevens willen verzamelen in zowel hun Universal Analytics- als hun Google Analytics 4-property's. Dit artikel bevat ook praktische tips voor eigenaren van mobiele apps die Google Analytics voor Firebase gebruiken.

De namen van sommige e-commercegebeurtenissen en -parameters zijn gewijzigd voor Google Analytics 4-property's. Als u de juiste GA4-namen en -parameters gebruikt, krijgt u de nuttigste e-commercerapportage en e-commercegebeurtenisgegevens in de GA4-property.

Wilt u overstappen van UA naar GA4, dan doet u het volgende:

  • Laat de UA-implementatie ongewijzigd.
  • Maak dubbele gebeurtenissen voor de GA4-property. Gebruik de nieuwe gebeurtenisnamen en parameters die zijn vereist voor Google Analytics-property's. U heeft dan 2 onafhankelijke implementaties naast elkaar, die elk net iets anders doen.

Deel e-commerce-implementaties niet in UA en GA4

Als u de bestaande UA-implementatie voor e-commerce (dataLayer-gebeurtenissen en gtag.js-code) gebruikt met een GA4-property, zijn uw GA4-e-commercerapporten niet compleet. De gtag.js-bibliotheek vertaalt sommige, maar niet alle UA-gebeurtenissen en -parameters automatisch in datgene wat nodig is voor GA4.

Aan de andere kant: u moet niet simpelweg overschakelen naar de GA4-gebeurtenis- en parameternamen. UA verzamelt geen gegevens voor gebeurtenissen die niet worden herkend. Alle e-commercegebeurtenissen in GA4 hebben bijvoorbeeld de parameter item_id in plaats van id.

Het is daarom verstandig om 2 implementaties te hebben: één voor UA en één voor de GA4-property.

Hierdoor worden 2 gebeurtenissen gestuurd als u normaal maar één gebeurtenis zou sturen. U kunt er dan voor kiezen te vertrouwen op de UA-implementatie en alleen de aanvullende gebeurtenissen/parameters toevoegen die nodig zijn om gegevens naar GA4-property's te sturen. Hiervoor is wel veel kennis van de 2 sets gebeurtenissen en parameters nodig. Als u de dataLayer-structuur en -objecten voor UA behoudt:

  • U moet nieuwe GA4-gebeurtenissen/-parameters toevoegen om toegang te krijgen tot alle rapportagemogelijkheden van GA4-property's.
  • Als een UA-gebeurtenis in GA4 is beëindigd, moet u een dubbele gebeurtenis maken met de geüpdatete GA4-naam.

Basisbeginselen: gebeurtenissen en parameters

Een gebeurtenis geeft aan hoe de product-, lijst- en/of promotiegegevens die u stuurt, moeten worden geïnterpreteerd. Parameters geven specifiekere informatie over een gebeurtenis door.

  • Voor GA4 worden parameters ingesloten in een matrix van items (informatie). Houd er rekening mee dat dit iets anders is dan de UA-dataLayer, waarvoor aanvullende actie-informatie is vereist voor specifieke gebeurtenissen.
  • Voor e-commercetags gelden de gebeurtenis- en parameterbeperkingen van GA4. U kunt maximaal 25 aangepaste parameters per gebeurtenis opgeven (de matrix items neemt slechts één slot in) en maximaal 50 aangepaste dimensies en 50 aangepaste statistieken per project (informatie).

Vereiste parameters voor e-commerce in GA4

(vereiste parameters zijn vetgedrukt)

Als u de vereiste parameters voor e-commercespecifieke gebeurtenissen (bijv. items, item_id, item_name) niet opneemt, worden deze gebeurtenissen niet getoond in uw e-commercerapporten van GA4. Ze worden in plaats daarvan geregistreerd als aangepaste gebeurtenissen.

Gebeurtenisnaam

Parameters

view_item

currency, items, value

view_item_list

items, item_list_name, item_list_id

select_item

items, item_list_name, item_list_id

add_to_wishlist

currency, items, value

add_to_cart

currency, items, value

view_promotion

items, promotion_id, promotion_name, creative_name, creative_slot, location_id

select_promotion

items, promotion_id, promotion_name, creative_name, creative_slot, location_id

view_cart

currency, items, value

remove_from_cart

currency, items, value

begin_checkout

coupon, currency, items, value

add_payment_info

coupon, currency, items, payment_type, value

add_shipping_info

coupon, currency, items, shipping_tier, value

purchase

affiliation, coupon, currency, items, transaction_id, shipping, tax, value

refund

affiliation, coupon, currency, items, transaction_id, shipping, tax, value

De parameters (coupon, affiliation, item_list_name, item_list_id) kunnen worden doorgegeven op gebeurtenis- of itemniveau. Indien ze op zowel gebeurtenis- als itemniveau aanwezig zijn, krijgt het itemniveau voorrang.

Gebeurtenisparameter

Parameters op itemniveau

Items (zie hieronder)

affiliation, coupon, currency, discount, index, item_id, item_brand, item_category, item_category2, item_category3, item_category4, item_category5, item_list_name, item_list_id, item_name, item_variant, price, quantity

De volgende tabel bevat de afzonderlijke parameters voor de itemmatrix die beschikbaar zijn voor verzameling.

Parameternaam in itemmatrix

Beschrijving

affiliation

De naam of code van de partner (partner/leverancier, indien van toepassing) die is gekoppeld aan een afzonderlijk artikel

coupon

De naam of code van de kortingsbon (indien van toepassing) die is gekoppeld aan een afzonderlijk artikel

discount

De korting (indien van toepassing) die is gekoppeld aan een afzonderlijk artikel

item_brand

Het merk van het artikel

item_category

De categorie van het artikel

item_category2

De tweede categoriestructuur of aanvullende taxonomie voor het artikel

item_category3

De derde categoriestructuur of aanvullende taxonomie voor het artikel

item_category4

De vierde categoriestructuur of aanvullende taxonomie voor het artikel

item_category5

De vijfde categoriestructuur of aanvullende taxonomie voor het artikel

item_id

De ID van het artikel (vereist)

item_name

De naam van het artikel (vereist)

item_variant

De artikelvariant of unieke code of beschrijving voor aanvullende artikelgegevens/-opties

price

De prijs van het artikel

quantity

De hoeveelheid van het artikel waarmee interactie is

Toewijzing tussen UA en GA4

Sommige namen zijn gewijzigd. Voorbeeld: de dataLayer-parameters die voorheen 'impression' of 'product' werden genoemd, zijn nu samengevoegd tot items.

Er is nu een matrix items.

Er is geen verschil tussen e-commerce en geoptimaliseerde e-commerce in GA4-property's.

Zo gebruikt u deze tabel:

  • Vergelijk de gebeurteniswijzigingen (kolom A versus kolom C)
  • Bekijk de vereisten voor dimensies/parameters (kolom B versus kolom D). In de onderstaande tabel vindt u de wijzigingen in parameters voor artikelen/producten.
  • Als u een app met Firebase heeft, moet u de volgende wijzigingen aanbrengen in gebeurtenisnamen en de bijbehorende wijzigingen doorvoeren zodat deze overeenkomen met de GA4-gebeurtenisnamen (kolom C). Nieuwe rapportage voor e-commerce in GA4-property's wordt niet getoond in de Firebase-interface. Daarnaast wordt de Firebase-versie van gedetailleerde gebeurtenisrapporten, bijvoorbeeld voor ecommerce_purchase en purchase, mogelijk niet geüpdatet.
    • Gewijzigd
      • ecommerce_purchase (Google Analytics voor Firebase) -> purchase
      • ecommerce_refund (Google Analytics voor Firebase) -> refund
      • select_content (Google Analytics voor Firebase) -> select_item
      • present_offer (Google Analytics voor Firebase) -> select_promotion
    • Nieuw
      • view_cart

Kolom A

Namen van UA-gebeurtenissen (referentie)

Kolom B

UA-dimensies (referentie)

Kolom C

Namen van GA4-gebeurtenissen (referentie)

Kolom D

GA4-parameters (referentie)

purchase

refund

id

coupon

revenue

tax

shipping

currencyCode

**products (zie de onderstaande informatie)

purchase

refund

transactie_id

coupon

value

tax

shipping

currency

**items (zie onderstaande informatie)

checkout_option

option

*add_payment_info

payment_type

checkout_option

revenue

currencyCode

option

*add_shipping_info

price

currency

shipping_tier

checkout

currencyCode

revenue

coupon

step (alleen voor analytics.js)

option (alleen voor analytics.js)

**products

*begin_checkout

currency

value

coupon

**items

addToCart

N.v.t.

removeFromCart

N.v.t.

currencyCode

revenue

**products

*add_to_cart

*add_to_wishlist

*remove_from_cart

*view_cart

currency

value

**items

pageview

currencyCode

**products

revenue

*View_item (standaard voor weergaven)

currency

**items

value

pageview

productClick

list

N.v.t. - bestond niet

**products

*View_item_list (merchandising-weergave)

*select_item

item_list_name

item_list_id

**items

pageview

promotionClick

id

name

creative

position

**products

*view_promotion

*select_promotion

promotion_id

promotion_name

creative_name

creative_slot

**items

*Nieuwe of gewijzigde gebeurtenisnaam ten opzichte van UA

Informatie

GA4-parameters

Bijbehorende UA-dimensies

**Items/Products detail

items

item_id

item_name

item_brand

item_category

item_category2

item_category3

item_category4

item_category5

item_variant

affiliation

discount

coupon

price

quantity

products

id

name

brand

category

N.v.t. - bestond niet

N.v.t. - bestond niet

N.v.t. - bestond niet

N.v.t. - bestond niet

variant

N.v.t. - bestond niet

N.v.t. - bestond niet

coupon

price

quantity

De volgende gebeurtenisnamen in UA worden beschouwd als e-commercegebeurtenissen in GA4-property's:

  • purchase
  • refund
  • begin_checkout
  • add_to_cart
  • remove_from_cart
  • view_cart
  • add_to_wishlist
  • view_item*
  • view_promotion
  • select_promotion
  • select_item*
  • view_item_list
  • add_payment_info
  • add_shipping_info
  • * Deze gebeurtenissen ondersteunen slechts één item.

Als een van de bovenstaande gebeurtenissen via de gtag.js API naar een GA4-property wordt verstuurd, zoekt het proces dat e-commercegebeurtenissen verwerkt in GA4 naar een items-sleutel in het gebeurtenismodel. Als de parameter wordt gevonden, wordt deze geparseerd als een matrix van maximaal 200 items, waarbij elk item een object met een vooraf gedefinieerd schema is. Voor elk item verstuurt e-commerce in GA4 gegevens naar elk veld vanuit een vooraf gedefinieerde lijst. Hieronder staan de initiële, vooraf gedefinieerde velden voor een item:

  • item_id
  • item_name
  • item_brand
  • item_category
  • item_category2
  • item_category3
  • item_category4
  • item_category5
  • item_variant
  • price
  • quantity
  • coupon
  • index
  • item_list_name
  • item_list_id
  • discount
  • affiliation
  • location_id
  • promotion_id (gebeurtenis- of itemniveau, item heeft voorrang)
  • promotion_name (gebeurtenis- of itemniveau, item heeft voorrang)
  • creative_name (gebeurtenis- of itemniveau, item heeft voorrang)
  • creative_slot (gebeurtenis- of itemniveau, item heeft voorrang)

Als u de gebeurtenisinstrumentatie niet updatet vanuit UA, worden de volgende gebeurtenissen niet meer getoond in uw GA4-e-commercerapporten omdat de oude gebeurtenisnamen niet worden herkend. Maak een dubbele gebeurtenis met de juiste naam voor de GA4-property.

  • set_checkout_option (dit wordt samengevoegd met begin_checkout in GA4)
  • checkout_progress (dit wordt samengevoegd met begin_checkout in GA4)
  • select_content (dit is geen e-commercegebeurtenis meer in GA4, maar wel een aanbevolen gebeurtenis, zonder ondersteuning voor een itemmatrix)

In GA4-property's worden aanvullende parameters op itemniveau geïntroduceerd, bijvoorbeeld affiliation, currency en een paar item_category-parameters. U kunt deze aanvullende parameters alleen gebruiken als u opnieuw tagt. Deze extra parameters zijn alleen wel optioneel en blijven intact als u ze niet gebruikt.

De dataLayer updaten voor Google Tag Manager

Als u gebruik wilt maken van nieuwe gebeurtenissen die zijn geïntroduceerd voor GA4-property's, moet u nieuwe gebeurtenissen/parameters toevoegen in de dataLayer. Ook voegt u nieuwe gebeurtenistriggers toe in Google Tag Manager.

  • U kunt handmatig bepalen welke dataLayer-sleutel u wilt toewijzen aan een opgegeven gebeurtenisparameter.
    • In Universal Analytics moet u bijvoorbeeld id (van de aankoopgebeurtenis) in het dataLayer-object versturen als ecommerce.purchase.actionField.id. Met GA4 kunt u de dataLayer-sleutel opgeven die moet worden toegewezen aan de gebeurtenisparameter transaction_id. Als u het dataLayer-object uit UA opnieuw gebruikt, kunt u een dataLayer-variabele voor Google Tag Manager maken die wordt toegewezen aan de sleutel ecommerce.purchase.actionField.id. Deze kunt u als transaction_id toewijzen aan de GA4-gebeurtenis. U kunt de dataLayer-variabele voor Google Tag Manager ook toewijzen aan de sleutel ecommerce.purchase.transaction_id en deze toewijzen aan de gebeurtenisparameter transaction_id.
  • U kunt verwijzen naar bestaande dataLayer-objecten
    • Als u bestaande dataLayer-objecten van de UA-implementatie gebruikt, kunt u de nieuwe gebeurtenisnamen en parameters van de GA4-gebeurtenis niet gebruiken (bijvoorbeeld aanvullende parameters op itemniveau). U krijgt wel e-commercerapportage voor bestaande gebeurtenissen als u de vereiste variabelen handmatig maakt in Tag Manager.
Als u in Google Tag Manager een GA4-gebeurtenistag instelt om een e-commerce-gebeurtenis te versturen via de dataLayer, moet u handmatig dataLayer-variabelen als gebeurtenisparameters opgeven. U kunt hierbij denken aan de parameternaam: items en de waarde {{ecommerce.purchase.products}}, waarbij {{ecommerce.purchase.products}} een dataLayer-variabele van Tag Manager is die moet worden gemaakt om de productmatrix te lezen uit de dataLayer. U moet een dataLayer-variabele maken voor elke parameter op gebeurtenisniveau en deze toewijzen aan een gebeurtenisparameter. Dat proces herhaalt u vervolgens voor elke e-commercegebeurtenis. Bekijk het onderstaande voorbeeld voor meer informatie.

dataLayer-pushcode van Google Tag Manager voor UA (referentie)

GA4 Google Tag Manager-implementatie opnieuw gebruiken met bestaande geïmplementeerde dataLayer voor UA

dataLayer.push({

  'ecommerce': {

    'purchase': {

      'actionField': {

        'id': 'T12345',                         // Transaction ID. Vereist voor aankopen en terugbetalingen.

        'affiliation': 'Online winkel',

        'revenue': '35,43',                     // Totale transactiewaarde (inclusief btw en verzendkosten

        'tax':'4,90',

        'shipping': '5,99',

        'coupon': 'SUMMER_SALE'

      },

      'products': [{                            // Lijst met productFieldObjects.

        'name': 'Triblend Android T-shirt',     // Naam of ID is vereist.

        'id': '12345',

        'price': '15,25',

        'brand': 'Google',

        'category': 'Kleding',

        'variant': 'Grijs',

        'quantity': 1,

        'coupon': ''                            // Optionele velden kunnen worden weggelaten of ingesteld op een lege tekenreeks.

       },

       {

        'name': 'Donut-vrijdag T-shirt',

        'id': '67890',

        'price': '33,75',

        'brand': 'Google',

        'category': 'Kleding',

        'variant': 'Zwart',

        'quantity': 1

       }]

    }

  }

});

 

U moet dataLayer-variabelen maken voor elke parameter op gebeurtenisniveau, zoals hieronder.

 

U moet dit herhalen voor elke e-commercegebeurtenis die u bijhoudt.

Implementatievoorbeelden

De aankooptrechter instellen

Een aankooptrechter bestaat meestal uit 4 stappen:

Producten bekijken

De gebruiker bekijkt een artikel of een lijst met artikelen. Als u itemlijstweergaven/vertoningen wilt meten, pusht u een lijst met items naar de dataLayer en verzamelt u een gebeurtenis samen met die gegevens. 

  • gtag.js 
    • Gebeurtenis: view_item_list OF view_item
      • In UA is de equivalente gebeurtenis impressions
    • Parameters: Moeten ten minste item_id OF item_name bevatten
      • In UA hadden parameters geen voorvoegsel item_; list_position is nu index
  • Google Tag Manager 
    • Gebeurtenis: view_item_list OF view_item
      • In UA is de equivalente gebeurtenis impressions 
    • Parameters: 'items' is een gegevenslaagvariabele ecommerce.items. De parameters zijn items{ } en moeten ten minste item_id OF item_name bevatten
      • In UA hadden parameters geen voorvoegsel item_. position is nu index

Toevoegen aan winkelwagentje

De gebruiker selecteert een artikel en voegt dat toe aan de winkelwagen. Varianten hiervan zijn toevoegen aan een verlanglijstje of een verzoek sturen voor meer informatie.

  • gtag.js
    • Gebeurtenis: add_to_cart
    • Parameters: Moeten ten minste item_id OF item_name bevatten
  • Google Tag Manager
    • Gebeurtenis: add_to_cart
      • In UA is addToCart de equivalente dataLayer-gebeurtenis en hiervoor was een extra actionFieldObject 'add' vereist. actionFieldObject is niet meer vereist in het dataLayer-object voor GA4.
    • Parameters: Als onderdeel van items moet ten minste item_id OF item_name worden gebruikt
      • In UA was hiervoor de afzonderlijke variabele products vereist voor productinformatie.

Kassa

De gebruiker gaat naar zijn winkelwagen met een artikel en start het betalingsproces. Aanvullende stappen, zoals het toevoegen van betalings- of verzendgegevens, hebben eigen GA4-gebeurtenissen. Als uw betalingsproces deze extra stappen bevat, moet u daarvoor specifieke gebeurtenissen sturen, zodat ze kunnen worden opgenomen in de aankooptrechter.  

  • gtag.js
    • Gebeurtenis: begin_checkout
      • Er zijn in UA ook gebeurtenissen voor checkout_progress en set_checkout_option, die niet beschikbaar zijn in GA4-property's. Bekijk in plaats daarvan specifieke gebeurtenissen voor add_to_cart, add_shipping_info en add_payment_info
    • Parameters: Moeten ten minste item_id OF item_name bevatten
  • Google Tag Manager
    • Gebeurtenis: begin_checkout
      • In UA is de equivalente dataLayer-gebeurtenis checkout en hiervoor was een extra actionFieldObject 'checkout' vereist. Dit actionField is niet nodig in GA4, maar u moet uw bestaande implementatie niet veranderen, anders werkt de e-commerce niet meer in UA. 
    • Parameters: Als onderdeel van 'items' moet ten minste item_id OF item_name worden gebruikt
      • In UA was hiervoor de afzonderlijke variabele 'products' vereist voor productinformatie

Kopen

De gebruiker doet een aankoop

  • In GA4-property's wordt deze gebeurtenis automatisch gemarkeerd als een conversie zodra deze aan uw code is toegevoegd
  • gtag.js
    • Gebeurtenis: purchase
      • In UA zijn er ook gebeurtenissen voor checkout_progress en set_checkout_option. Deze zijn nog niet beschikbaar in GA4-property's. 
    • Parameters: Moeten ten minste transaction_id bevatten
 

UA - analytics.js

referentie

UA - gtag.js

referentie

GA4-property's - gtag.js

referentie

ga('ec:addProduct', {

  'id': 'P12345',

  'name': 'Android Warhol T-shirt',

  “Andere optionele waarden”

});

 

ga('ec:setAction', 'purchase', {

  'id': 'T12345', 

  “Andere optionele waarden”                        });

gtag('event', 'purchase', {

  "transaction_id": "123",

  “Andere optionele waarden”

  "items": [

    {

      "id": "P12345",

      "name": "Android Warhol T-shirt",

     “Andere optionele waarden”

    },

    {

      "id": "P67890",

      "name": "Flame challenge T-shirt",

     “Andere optionele waarden”

    }

  ]

});

gtag('event', 'purchase', {

  "transaction_id": "123",

  “Andere optionele waarden”

  "items": [

    {

      "item_id": "P12345",

      "item_name": "Android Warhol T-shirt",

     “Andere optionele waarden”

    },

    {

      "item_id": "P67890",

      "item_name": "Flame challenge T-shirt",

     “Andere optionele waarden”

    }

  ]

});

analytics.js gebruikt geoptimaliseerde e-commerce om een productFieldObject in te stellen om productinformatie en om een actieFieldObject op te geven om de actie die plaatsvindt op te geven.

 

Met de overzetting naar gtag.js worden fundamentele verschillen geïntroduceerd. Er is slechts 1 gebeurtenis die automatisch wordt geregistreerd als e-commerce. Zowel de transactie- als de productinformatie kan worden opgenomen. Productinformatie kan worden verstuurd in een matrix (in plaats van dat er extra gebeurtenissen vereist zijn).

Stuur een aankoopgebeurtenis met de artikelen in de transactie.

 

De naamgeving voor vereiste waarden is anders, 'id' wordt bijvoorbeeld 'item_id' en 'name' wordt 'item_name'.

 

Er zijn ook verschillen in optionele waarden waar u rekening mee moet houden.

Een aankoopgebeurtenis sturen met de artikelen in de transactie

 
  • Google Tag Manager
    • Gebeurtenis: purchase
      • In UA is de equivalente gegevenslaaggebeurtenis purchase; dit vereist een actieveld voor de gehele transactie 
    • Parameters: Als onderdeel van items moet ten minste item_id OF item_name worden gebruikt
      • In UA was hiervoor de afzonderlijke variabele 'products' vereist voor productinformatie
 

UA - Tag Manager

referentie

GA4-property's - gtag.js

referentie

dataLayer.push({

  'ecommerce': {

    'purchase': {

      'actionField': {

        'id': 'T12345',

        'Andere optionele waarden'

      },

      'products': [{

        'name': 'Triblend Android T-shirt',     

        'id': '12345',

        'Andere optionele waarden'

       },

       {

        'name': 'Donut-vrijdag T-shirt',

        'id': '67890',

        'Andere optionele waarden'

       }]

    }

  }

});

dataLayer.push({

  'event': 'purchase',

  'ecommerce': {

    'items': [{

      'item_name': 'Triblend Android T-shirt',

      'item_id': '12345',

      'Andere optionele waarden'

    },

    {

      'item_name': 'Donut-vrijdag T-shirt',

      'item_id': '67890',

      'Andere optionele waarden'

 

    }]

  }

});

Push uw transactiegegevens naar de dataLayer met de actie 'purchase', samen met een gebeurtenis die een tag activeert waarvoor geoptimaliseerde e-commerce is ingeschakeld.

Stuur transactiegegevens met een 'pageview' indien beschikbaar als de pagina wordt geladen. Anders gebruikt u een gebeurtenis zodra de transactiegegevens beschikbaar zijn.

Belangrijke wijzigingen:

  • In GA4 worden items weergegeven in plaats van producten. U kunt uw UA-implementatie gebruiken, maar uw GA4-property verzamelt alleen algemene informatie zoals het aantal gebeurtenissen en houdt geen rekening met aanvullende mogelijkheden (zoals trechterrapportage).
  • De naamgeving voor vereiste waarden is anders, 'id' wordt bijvoorbeeld 'item_id' en 'name' wordt 'item_name'.
    • Er zijn ook verschillen in optionele waarden waar u rekening mee moet houden.

Als u transacties wilt meten, pusht u een lijst met items naar de gegevenslaag en verzamelt u een purchase-gebeurtenis samen met die gegevens. In dit voorbeeld wordt aangenomen dat informatie over de producten die op een pagina wordt weergegeven, bekend is als de pagina wordt geladen:

Aanvullende e-commerce-activiteiten

GA4-property's kunnen ook aanvullende gegevens vastleggen:

  • U kunt een incentive markeren die is gekoppeld aan een artikel of gebeurtenis.
    • Met Coupon kunt u de naam opgeven van elke kortingsbon die is gekoppeld aan een artikel (bijvoorbeeld gratis verzending of 20% korting op één artikel). Het gegevenstype is een tekenreeks en dit is een itemparameter.
    • Met Discount (nieuw) kunt u de geldwaarde opgeven van de korting die is gekoppeld aan een artikel (bijv. 0,05). Het gegevenstype is float.
  • Promotion omvat berichten op uw site die een gebruiker leiden naar een specifiek gedeelte van uw site/ app.
    • Hiervoor is een promotion_id of promotion_name vereist, anders zijn gegevens alleen beschikbaar in de tabelrapporten voor standaardgebeurtenissen.
    • Als u een aankoop wilt toewijzen aan een promotie, moet u de parameter promotion_id of promotion_name toevoegen op item- of item_list-niveau van elke e-commercegebeurtenis.
  • Refunds meten een terugbetaling van een transactie.
    • Een refund is een specifieke gebeurtenis die complete of gedeeltelijke terugbetalingen kan verwerken.
    • Hiervoor is een transaction_id vereist, anders zijn gegevens alleen beschikbaar in de tabelrapporten voor standaardgebeurtenissen.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?

Meer hulp nodig?

Log in voor extra supportopties om uw probleem snel op te lossen

Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoekfunctie sluiten
Google-apps
Hoofdmenu
Zoeken in het Helpcentrum
true
69256
false
false