Dit artikel gaat over Google Analytics 4-property's. Als u een Universal Analytics-property gebruikt, bekijkt u het gedeelte over Universal Analytics van dit Helpcentrum.

[GA4] Intern verkeer wegfilteren

Dit artikel is bedoeld voor website-eigenaren die gegevens van intern verkeer willen wegfilteren. Dit artikel heeft betrekking op Google Analytics 4-property's. Lees dit artikel als u Universal Analytics gebruikt.
U heeft de rol Bewerker nodig voor de property om definities met intern verkeer te maken, te bewerken en te verwijderen. De mogelijkheid om intern verkeer weg te filteren is alleen beschikbaar in webgegevensstreams.

Als u intern verkeer wilt filteren, maakt u een regel die het IP-adres of het IP-bereik definieert dat intern verkeer vertegenwoordigt.

De definitie van intern verkeer die u met deze regels maakt, dient als basis voor de filters waarmee u intern verkeer opneemt of uitsluit.

Als u een definitie van intern verkeer maakt, wordt de parameter traffic_type automatisch toegevoegd aan alle gebeurtenissen. U stelt zelf de waarde in voor deze parameter. U kunt ook de parameter traffic_type handmatig toevoegen aan uw gebeurteniscode (door bijvoorbeeld de gtag.js-code aan te passen) en deze de door u gewenste waarde geven.

Filters maken in Analytics

Definitie maken

  1. Log in bij Analytics.
  2. Check in Beheerder in de kolommen Account en Property of u het gewenste account en de gewenste property (Google Analytics 4) heeft geselecteerd.
  3. Klik in de kolom Property op Gegevensstreams en vervolgens op de webgegevensstream waarvoor u intern verkeer wilt definiëren. (Deze optie is niet beschikbaar voor app-gegevensstreams.)
  4. Klik onder Aanvullende instellingen > Meer instellingen voor taggen op en dan.
  5. Klik op Intern verkeer definiëren.
  6. Klik op Maken.
  7. Voer een naam in voor de regel.
  8. traffic_type is de enige gebeurtenisparameter waarvoor u een waarde kunt bepalen. internal is de standaardwaarde, maar u kunt een nieuwe waarde opgeven (bijv. emea_hoofdkantoor) voor een locatie waaruit het interne verkeer afkomstig is.
  9. Selecteer onder IP-adres > Overeenkomsttype een van de operators (bijvoorbeeld IP-adres is gelijk aan).
  10. Voer onder IP-adres een adres of adresbereik in dat verkeer identificeert vanaf de locatie die u in stap 8 heeft opgegeven. U kunt IPv4- of IPv6-adressen invoeren.

    In de volgende voorbeelden ziet u hoe u IP-adressen van elke operator herkent:
    • IP-adres is gelijk aan: 172.16.1.1
    • IP-adres begint met: 10.0.
    • IP-adres eindigt op: .255
    • IP-adres bevat: .0.0.
    • IP-adres valt binnen het bereik (bereiken moeten worden uitgedrukt in de CIDR-indeling):
      • 24-bits blok (bijvoorbeeld 10.0.0.0 – 10.255.255.255): 10.0.0.0/8
      • 20-bits blok (bijvoorbeeld 172.16.0.0 – 172.31.255.255): 172.16.0.0/12
      • 16-bits blok (bijvoorbeeld 192.168.0.0 – 192.168.255.255): 192.168.0.0/16
  11. Klik op Maken.

CIDR-indeling gebruiken

Classless Inter-Domain Routing-notatie (CIDR) is een manier om bereiken van IP-adressen uit te drukken.

In de volgende voorbeelden worden IPv4-adressen gebruikt. De syntaxis voor de CIDR-indeling is hetzelfde voor IPv6-adressen.

IPv4-adressen zijn 32-bits binaire getallen waarbij de waarden voor elk octet variëren van 0 tot 255.

Bijvoorbeeld: het IPv4-adres

10.10.101.5

bevat de 32-bits binaire equivalent van

00001010.00001010.01100101.00000101

Als u een bereik van IP-adressen uitdrukt in een CIDR-indeling, geeft u aan hoeveel bits een vaste waarde hebben en hoeveel een willekeurige waarde kunnen hebben. De CIDR-indeling voor het bereik van de adressen 192.128.255.0 - 192.168.255.255 is 192.168.255.0/24.

/24 geeft aan dat de eerste 24 bits (192.128.255) een vaste waarde hebben en dat de laatste 8 bits (.0) jokertekens zijn die elke waarde kunnen hebben (0 is het standaard jokerteken).

Als u bijvoorbeeld een bereik van 192.168.0.0 – 192.168.255.255 moet aangeven, geeft u aan dat de eerste 16 bits van het adres een vaste waarde hebben: 192.168.0.0/16.

/16 geeft aan dat de eerste 16 bits (192.168) een vaste waarde hebben en dat de laatste 16 bits (.0.0) jokertekens zijn die elke waarde kunnen hebben.

Als u IPv6-adressen gebruikt en een bereik wilt uitdrukken, gebruikt u hetzelfde 'slash-getal'-achtervoegsel om aan te geven hoeveel bits van het bereik een vaste waarde hebben. Als het bereik bijvoorbeeld 0:0:0:0:0:ffff:c080:ff00 - 0:0:0:0:0:ffff:c080:ffff is, drukt u dit bereik uit als 0:0:0:0:0:ffff:c080:ff00/120 (de eerste 120 bits hebben een vaste waarde).

Meer informatie over de CIDR-indeling.

Definitie bewerken

  1. Log in bij Analytics.
  2. Check in Beheerder in de kolommen Account en Property of u het gewenste account en de gewenste property (Google Analytics 4) heeft geselecteerd.
  3. Klik in de kolom Property op Gegevensstreams en kies de webgegevensstream waarvoor u de definitie van intern verkeer wilt bewerken.
  4. Klik onder Aanvullende instellingen > Meer instellingen voor taggen op en dan.
  5. Klik op Intern verkeer definiëren.
  6. Klik op de rij voor de definitie.
  7. Klik op Bewerken.
  8. Breng de gewenste wijzigingen aan en klik op Opslaan.

Definitie verwijderen

  1. Log in bij Analytics.
  2. Check in Beheerder in de kolommen Account en Property of u het gewenste account en de gewenste property (Google Analytics 4) heeft geselecteerd.
  3. Klik in de kolom Property op Gegevensstreams en kies de webstream waarvoor u intern verkeer wilt definiëren.
  4. Klik onder Aanvullende instellingen > Meer instellingen voor taggen op en dan.
  5. Klik op Intern verkeer definiëren.
  6. Klik op de rij voor de definitie.
  7. Klik op Meer > Verwijderen.

Gerelateerde bronnen

Gegevensfilters

Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?
Zoeken
Zoekopdracht verwijderen
Zoekfunctie sluiten
Google-apps
Hoofdmenu
Zoeken in het Helpcentrum
true
69256
false