Een Cloud SQL-database instellen voor App Maker

Als u een standaard Cloud SQL-instantie instelt die door App Maker-apps kan worden gebruikt om app-gegevens in op te slaan, geldt het volgende:

  • Ontwikkelaars kunnen met slechts een paar muisklikken datamodellen toevoegen aan hun apps.
  • App Maker verwerkt interacties met SQL, waardoor ontwikkelaars geen beheertaken voor de database hoeven uit te voeren en ze zich kunnen concentreren op het maken van geweldige apps.
  • U weet zeker dat de G Suite-gegevens van uw organisatie veilig worden opgeslagen in een database die wordt beheerd door uw organisatie.
  • Ontwikkelaars kunnen overschakelen naar een aangepaste instantie voor productie-implementaties.

Als u Cloud SQL wilt gebruiken, moet Google Cloud Platform (GCP) zijn ingeschakeld voor uw organisatie. Voor GCP gelden aparte prijzen.

Als u geen standaard Cloud SQL-database wilt bieden, kunnen ontwikkelaars apps implementeren die externe databases gebruiken, zoals een MySQL-database buiten Google Cloud.

Een standaard Cloud SQL-instantie instellen voor App Maker

Voordat u begint: als u de instelling wilt toepassen op bepaalde gebruikers, plaatst u hun accounts in een organisatie-eenheid (om de instelling toe te passen op een bepaalde afdeling) of in een configuratiegroep (om de instelling toe te passen op gebruikers in verschillende afdelingen).

  1. Log in bij de Google Beheerdersconsole.

    Log in met uw beheerdersaccount (dit eindigt niet op @gmail.com).

  2. Ga op de homepage van de beheerdersconsole naar Apps and then Aanvullende Google Services and then App Maker.
  3. Klik op Database-instellingen.
  4. Laat de organisatie-eenheid op het hoogste niveau geselecteerd als u wilt dat de instelling voor iedereen geldt. Selecteer anders een onderliggende organisatie-eenheid of een configuratiegroep.
  5. Klik op Help me Cloud SQL in te stellen. De Beheerdersconsole detecteert automatisch of er voor uw domein een GCP-organisatiebron is ingesteld, of u toegang heeft tot GCP en of uw organisatie bestaande Cloud SQL-projecten en geschikte instanties heeft:

    Als er geen GCP-organisatiebron is ingesteld voor uw domein, moet u er een instellen. Klik op de link om de GCP-console te openen en een account te maken. U komt wellicht in aanmerking voor een kosteloze proefperiode. Nadat GCP is ingesteld, gaat u terug naar Database-instellingen in App Maker en gaat u verder met de installatie van Cloud SQL.

    Als er al een GCP-organisatiebron is ingesteld voor uw domein, doet u het volgende:

    • Als uw organisatie bestaande Cloud SQL-projecten en -instanties heeft waar u toegang toe heeft, kunt u het project en de instantie selecteren in het menu. U kunt ook een instantie maken die App Maker moet gebruiken, zoals beschreven in het volgende gedeelte.
    • Als u geen toegang heeft tot een bestaand Cloud SQL-project en er geen kunt maken, klikt u op de link om een verzoek te verzenden naar de GCP-beheerder van uw organisatie. Deze kan Cloud SQL voor u instellen.
    • Als u toegang heeft tot een Cloud SQL-project maar niet tot instanties, kunt u er een maken:
      1. Selecteer het GCP-project voor de nieuwe instantie.
      2. Klik op Nieuwe SQL-instantie maken. In het dialoogvenster wordt de GCP-console geopend. Hier configureert u de instantie.
      3. Stel de instantie in met de volgende instellingen:
        • Database-engine: MySQL (vereist)
        • Type instantie: tweede generatie (vereist)
        • Regio: us-central1 (aanbevolen)

          We raden u aan de regio us-central1 te gebruiken voor de nieuwe instantie, ongeacht uw geografische locatie. U kunt een andere regio selecteren, maar apps werken dan wellicht niet goed, omdat apps in us-central worden uitgevoerd.

        • Formaat (apparaattype): micro, klein of standaard om te starten (aanbevolen)

          U kunt beginnen met een kleine instantie en deze vergroten naarmate meer gebruikers en ontwikkelaars App Maker gebruiken. Opmerking: Voor micro- en kleine instanties geldt geen SLA en wordt uptime niet gegarandeerd.

      4. Ga terug naar de beheerdersconsole om de installatie te voltooien. Vernieuw de pagina en selecteer de nieuwe instantie.

    Standaard hebben alle G Suite-gebruikers in uw domein lees- en schrijftoegang tot de Cloud SQL-instantie die u instelt voor App Maker (ze hebben geen toestemming om Cloud SQL-databases buiten App Maker te maken of te beheren). Alleen App Maker-ontwikkelaars hebben echter toegang nodig tot de Cloud SQL-instantie. App-gebruikers hoeven geen toegang te hebben om apps te kunnen gebruiken. U kunt de rollen voor het GCP-project bewerken om bepaalde gebruikers, Google-discussiegroepen of domeinen in uw organisatie toegang te geven of deze in te trekken. Meer informatie over rollen bewerken.

  6. Klik op Opslaan. Als u een organisatie-eenheid of groep heeft ingesteld, kunt u de instelling wellicht laten overnemen of overschrijven van een bovenliggende organisatie-eenheid of instellen op Niet ingesteld voor een groep.

  7. De standaard Cloud SQL-instantie wordt meestal meteen ingeschakeld in App Maker nadat u de wijzigingen heeft opgeslagen in de Beheerdersconsole. Het kan echter 24 uur duren voordat de wijzigingen van kracht worden. Open App Maker en controleer of u een Cloud SQL-model kunt maken. Meer informatie

Een instantie maken en Cloud SQL-rollen bewerken

Handmatig een Cloud SQL-instantie maken voor App Maker
  1. Ga in GCP naar de pagina Cloud SQL-instanties.
  2. Klik op Instantie maken om een nieuwe instantie te configureren met de volgende instellingen:
    • Database-engine: MySQL (vereist)
    • Type instantie: tweede generatie (vereist)
    • Regio: us-central1 (aanbevolen)

      We raden u aan de regio us-central1 te gebruiken voor de nieuwe instantie, ongeacht uw geografische locatie. U kunt een andere regio selecteren, maar apps werken dan wellicht niet goed, omdat apps in us-central worden uitgevoerd.

    • Formaat (apparaattype): micro, klein of standaard om te starten (aanbevolen)

      U kunt beginnen met een kleine instantie en deze vergroten naarmate meer gebruikers en ontwikkelaars App Maker gebruiken. Opmerking: Voor micro- en kleine instanties geldt geen SLA en wordt uptime niet gegarandeerd.

  3. U kunt nu naar de database-instellingen van App Maker gaan in de Beheerdersconsole en klikken op Help me Cloud SQL in te stellen. Selecteer de nieuwe instantie in de lijst en stel automatisch rechten in. Als u rechten wilt configureren en de instantie handmatig wilt toevoegen aan App Maker, gaat u verder met de volgende stap.

  4. Open IAM en beheer in GCP om de juiste rechten toe te wijzen. App Maker moet de rol SQL-beheerder hebben om databases te kunnen maken en beheren. App Maker moet de rol SQL-client hebben, zodat apps gegevens kunnen lezen en schrijven. De App Maker-ontwikkelaars in uw organisatie moeten de rol SQL-client hebben, zodat apps gegevens kunnen lezen en schrijven namens app-gebruikers. 

  5. Klik bovenaan op Een project selecteren en selecteer het project dat de SQL-instantie bevat.
  6. Klik bovenaan de pagina op Toevoegen Mensen toevoegen om een lid toe te voegen aan het project.
  7. Plak appmaker-maestro@appspot.gserviceaccount.com in het veld Nieuwe leden.
  8. Klik op het dropdownmenu Rollen en kies de volgende rollen:
    • Cloud SQL and then Cloud SQL-beheerder
    • Cloud SQL and then Cloud SQL-client
  9. Klik op Opslaan.
  10. Ga als volgt te werk om een gebruiker, groep of domein toegang te geven tot de SQL-instantie:
    1. Klik bovenaan de pagina op Toevoegen "" om een lid toe te voegen aan het project.
    2. Voer het e-mailadres van de gebruiker, het e-mailadres van de groep of het domein in als de naam van het lid.
    3. Klik op het dropdownmenu Rollen en wijs de rol Cloud SQL and then Cloud SQL-client toe.
    4. Klik op Opslaan.
  11. Ga naar SQL-instanties en klik op de instantie die u gebruikt voor App Maker.
  12. Ga naar het veld Naam instantiekoppeling en klik op Kopiëren "".
  13. Open de App Maker-instellingen in de Beheerdersconsole.
  14. Klik op Database-instellingen.
  15. Selecteer de organisatie-eenheid waarvoor u de standaard Cloud SQL-instantie wilt instellen. U kunt voor elke organisatie-eenheid een andere standaardinstantie instellen. Meer informatie over organisatie-eenheden.
  16. Plak de naam van de instantiekoppeling in het veld Naam instantiekoppeling en klik op Opslaan.
  17. De standaard Cloud SQL-instantie wordt meestal meteen ingeschakeld in App Maker nadat u de wijzigingen heeft opgeslagen in de Beheerdersconsole. Het kan echter 24 uur duren voordat de wijzigingen zijn doorgevoerd voor alle gebruikers in uw organisatie. Open App Maker en controleer of u een Cloud SQL-model kunt maken. Meer informatie
Cloud SQL-rollen bewerken

Als u een Cloud SQL-instantie instelt in de Beheerdersconsole, krijgt iedereen in uw domein de rol Cloud SQL-client. U kunt de rol Cloud SQL-client aanpassen om gebruikers, Google-groepen of domeinen in uw organisatie toe te voegen of te verwijderen. 

  1. Open IAM en beheer in GCP.
  2. Klik bovenaan op Een project selecteren en selecteer het project dat de SQL-instantie bevat.
  3. Als u het Cloud SQL-project niet via de Beheerdersconsole heeft gemaakt, controleert u of de vereiste rollen voor het serviceaccount zijn ingesteld:
    1. Klik bovenaan de pagina op Toevoegen "" om een lid toe te voegen aan het project.
    2. Plak appmaker-maestro@appspot.gserviceaccount.com in het veld Nieuwe leden.
    3. Klik op het dropdownmenu Rollen en kies de volgende rollen:
      • Cloud SQL and then Cloud SQL-beheerder
      • Cloud SQL and then  Cloud SQL-client
    4. Klik op Opslaan.
  4. Ga als volgt te werk om een gebruiker, groep of domein toegang te geven tot de SQL-instantie:
    1. Klik bovenaan de pagina op Toevoegen "" om een lid toe te voegen aan het project.
    2. Voer het e-mailadres van de gebruiker, het e-mailadres van de groep of het domein in als de naam van het lid.
    3. Klik op het dropdownmenu Rollen en wijs de rol Cloud SQL and then Cloud SQL-client toe.
    4. Klik op Opslaan.
  5. Ga als volgt te werk om gebruikers, groepen of domeinen uit een rol te verwijderen:
    1. Klik op Rollen om de rechten per rol te bekijken.
    2. Klik op de pijl-omlaag "" naast de rol om de ledenlijst uit te vouwen.
    3. Klik in de rij voor de gebruiker, de groep of het domein op Verwijderen .
    4. Klik in het bevestigingsvenster op Verwijderen.
Was dit nuttig?
Hoe kunnen we dit verbeteren?